2 Messiaans Jodendom: brug tussen kerk en Israel?

De gemeente in Jeruzalem in Handelingen was een zichtbaar teken van Jezus’ aanwezigheid in het hart van Israel. De tempel stond in het centrum van het godsdienstig leven de discipelen, zij waren er op de tijd van de offers en de gebeden. De momenten waarop Joden wereldwijd hun gebeden opzonden/opzenden met het gezicht richting Jeruzalem.
De discipelen waren daar omdat de tempel in Jeruzalem ook voor hen het hart van Israels aanbidding is. Hiermee zijn zij een profetisch teken dat Jezus leeft in het hart van Israel. Joodse volgelingen van Jezus met ijver voor de Thora (Hand.21:20).

Joodse gastvrijheid

Het boek Handelingen beschrijft hoe niet-joden toetreden tot de gemeente van de Here Jezus. Joden blijven daarbij Joods, heidenen worden niet ook Joods, voor hen geldt een beperkt aantal wetten. Het visioen dat Petrus krijgt (Hand.10; ‘sta op slacht en eet’, vs.13) betekent voor Petrus niet dat de spijswetten zijn afgeschaft, immers hij vraagt zich af wat het visioen mag betekenen. Het komt niet bij hem op dat de Thora terzijde zou zijn geschoven. In het vervolg blijkt dat hij het visioen weet te interpreteren, “God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen” (Hand.10:28). Zo worden niet-Joden die in de Here Jezus geloven toegelaten tot de gemeente, daarvoor hoeven ze niet Joods te worden.

Het besluit van de apostelen

Omdat er stemmen waren binnen de gemeente van gelovigen die vonden dat niet-Joodse gelovigen Joods moesten worden, wordt er een vergadering in Jeruzalem belegd (Hand.15). Het is in die vergadering dat Jakobus, de meest orthodox Joodse van de leidinggevende in de gemeente, het voorstel doet om de eisen die aan niet-Joodse medegelovigen worden gesteld te beperken to een viertal.

BOEK

HFD

VS

TR

HSV

ACT

15

19

διὸ  ἐγὼ  κρίνω  μὴ  παρενοχλεῖν  τοῖς  ἀπὸ  τῶν  ἐθνῶν  ἐπιστρέφουσιν  ἐπὶ  τὸν  θεόν 

Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren niet lastig moet maken

ACT

15

20

ἀλλὰ  ἐπιστεῖλαι  αὐτοῖς  τοῦ  ἀπέχεσθαι  ἀπό  τῶν  ἀλισγημάτων  τῶν  εἰδώλων  καὶ  τῆς  πορνείας  καὶ  τοῦ  πνικτοῦ  καὶ  τοῦ  αἵματος 

maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn van ontucht van het verstikte en van bloed.

ACT

15

21

Μωσῆς  γὰρ  ἐκ  γενεῶν  ἀρχαίων  κατὰ  πόλιν  τοὺς  κηρύσσοντας  αὐτὸν  ἔχει  ἐν  ταῖς  συναγωγαῖς  κατὰ  πᾶν  σάββατον  ἀναγινωσκόμενος 

Want Mozes heeft van oude tijden af in elke stad mensen die hem prediken want hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen.

Deze eisen kunnen gerelateerd worden aan hoofdstukken 17 en 18 uit Leviticus, waar de gestelde eisen terug te vinden zijn. Opvallend is daarbij dat uit Leviticus 18 blijkt dat het handelen tegen wat in dat hoofdstuk als Gods norm wordt gesteld, reden is voor de verdrijving van de volken uit Kanaän. Met andere woorden, wat aan de heiden-gelovigen wordt opgelegd in Handelingen 15, zijn eisen waarvan uit de Tora af te leiden is dat deze ook van toepassing zijn op heidenvolken. Ook wordt in Leviticus 17 en 18 enkele malen expliciet vermeld dat daar genoemde wetten ook van toepassing zijn op de vreemdeling in het land.

BOEK

HFD

VS

WLC

HSV

LEV

17

12

עַל־כֵּן אָמַרְתִּי לִבְנֵי יִשְׂרָאֵל כָּל־נֶפֶשׁ מִכֶּם לֹא־תֹאכַל דָּם וְהַגֵּר הַגָּר בְּתוֹכְכֶם לֹא־יֹאכַל דָּם׃

Daarom heb Ik tegen de Israëlieten gezegd: Niemand van u mag bloed eten. Ook de vreemdeling die in uw midden verblijft, mag geen bloed eten.

LEV

18

26

וּשְׁמַרְתֶּם אַתֶּם אֶת־חֻקֹּתַי וְאֶת־מִשְׁפָּטַי וְלֹא תַעֲשׂוּ מִכֹּל הַתּוֹעֵבֹת הָאֵלֶּה הָאֶזְרָח וְהַגֵּר הַגָּר בְּתוֹכְכֶם׃

Maar ú moet Mijn verordeningen en Mijn bepalingen in acht nemen. U mag geen enkele van die gruweldaden doen, de ingezetene van het land niet, en ook de vreemdeling niet die in uw midden verblijft.

In Handelingen 15 wordt wat voor de vreemdeling in Israel gold toegepast op de heiden-gelovigen in de gemeente.
De genomen besluiten kunnen dus heel goed gefundeerd zijn op wat in de Tora geleerd wordt.

Waarover was men het wél eens

In Handelingen 15 wordt onenigheid beschreven over de eisen die aan heiden-gelovigen gesteld moesten worden. Waar geen discussie over was, was de vraag welke eisen op basis van de Tora voor Joodse gelovigen gelden. Zij werden geacht naar de iesen van de Tora te leven, een vanzelfsprekendheid. Zo kende de eerste gemeente een tweevoudigheid waar het ging om het leven naar de geboden van de Tora. Omdat het onderhouden van de Tora geen individuele aangelegenheid is, leidt deze tweevoudigheid als vanzelf naar gemeenten met een meer Joods en gemeenten met een meer niet-Joods karakter.
Joodse gelovigen met een Joodse levenswijze horen in de kerk een plaats te hebben; zij maken duidelijk dat Jezus leeft in het hart van Israel en dat Israel leeft in het harrt van de kerk. Zo was Gods bedoeling.
Ook Paulus heeft hiernaar geleefd en gehandeld. Uit het verslag in Handelingen 21 van de gebeurtenissen bij zijn terugkomst in Jeruzalem, maken duidelijk dat hij een Joodse levenswijze kende.

BOEK

HFD

VS

TR

HSV

ACT

21

20

οἱ  δὲ  ἀκούσαντες  ἐδόξαζον  τὸν  Κύριον·  εἶπόν  τε  αὐτῷ  Θεωρεῖς  ἀδελφέ  πόσαι  μυριάδες  εἰσὶν  Ἰουδαίων  τῶν  πεπιστευκότων  καὶ  πάντες  ζηλωταὶ  τοῦ  νόμου  ὑπάρχουσιν· 

En toen zij dat gehoord hadden prezen zij de Heere en zeiden tegen hem: U ziet broeder hoeveel tienduizenden Joden er zijn die geloven; en zij zijn allemaal ijveraars voor de wet.

ACT

21

21

κατηχήθησαν  δὲ  περὶ  σοῦ  ὅτι  ἀποστασίαν  διδάσκεις  ἀπὸ  Μωσέως  τοὺς  κατὰ  τὰ  ἔθνη  πάντας  Ἰουδαίους  λέγων  μὴ  περιτέμνειν  αὐτοὺς  τὰ  τέκνα  μηδὲ  τοῖς  ἔθεσιν  περιπατεῖν 

Men heeft hun over u verteld dat u alle Joden die onder de heidenen wonen leert afvallig te worden van Mozes doordat u zegt dat zij de kinderen niet moeten besnijden en ook niet moeten wandelen overeenkomstig de gebruiken van de wet.

ACT

21

22

τί  οὖν  ἐστιν  πάντως  δεῖ  πλῆθος  συνελθεῖν·  ἀκούσονται  γὰρ  ὅτι  ἐλήλυθας 

Wat staat ons nu te doen? Het is beslist noodzakelijk dat heel de menigte samenkomt want zij zullen horen dat u gekomen bent.

ACT

21

23

τοῦτο  οὖν  ποίησον  ὅ  σοι  λέγομεν·  εἰσὶν  ἡμῖν  ἄνδρες  τέσσαρες  εὐχὴν  ἔχοντες  ἐφ᾽  ἑαυτῶν 

Doe daarom wat wij u zeggen. Wij hebben vier mannen die een gelofte gedaan hebben.

ACT

21

24

τούτους  παραλαβὼν  ἁγνίσθητι  σὺν  αὐτοῖς  καὶ  δαπάνησον  ἐπ᾽  αὐτοῖς  ἵνα  ξυρήσωνται  τὴν  κεφαλήν  καὶ  γνῶσιν  πάντες  ὅτι  ὧν  κατήχηνται  περὶ  σοῦ  οὐδέν  ἐστιν  ἀλλὰ  στοιχεῖς  καὶ  αὐτὸς  τὸν  νόμον  φυλάσσων 

Neem die bij u reinig u samen met hen en betaal voor hen de kosten van de offers zodat zij zich het hoofd kunnen laten scheren en allen kunnen weten dat er niets waar is van wat hun over u verteld is maar dat u zo wandelt dat u ook zelf de wet in acht neemt.

De tragedie van de vroege kerk

Na de verwoesting van de tempel gaat het mis met de tweevoudigheid van de gemeente. In de tweede eeuw zijn heiden-gelovigen in de meerderheid en wordt de vraag gesteld of Joodse gelovigen die naar de wet leven wel behouden zijn (Justinus de Martelaar1).
Daar waar Jusitinus deze vraag nog positief beantwoordde, al ontmoedigde hij het leven naar de wet, is dat later anders. Het concilie van Nicea (787) besluit dat een Jood die gedoopt wil worden zijn Joodse identiteit moest afzweren 2. Uiteindelijk mondde dit uit in de Spaanse inquisitie waarbij gedoopte Joden die vasthielden aan Jodse gebruiken als de sabbatviering op de brandstapel kwamen.

Een tijd van herstel

De 20e eeuw heeft de terugkeer van Joden naar het land Israel gezien. Gelijktijdig daarmee is komt in de kerk de Joods-messiaanse beweging op, Joodse gelovigen die vasthouden aan leven volgens Tora en Joodse gebruiken. Het herstel van het land als Joodse staat en het herstel van de herkenbare Joodse aanwezigheid oin de kerk gaan hiermee hand in hand. ALs een (het) profetisch(e) teken van onze tijd.

Ter bespreking

  1. Vragen, opmerkingen?
  2. Heeft dit hoofdstuk nieuwe inzeichten gegeven?
  3. Hoe kijk je aan tegen het tweevoudige karakter van de kerk zoals Kinzer dat beschrijft? Hoe moet dat in de praktijk van het gemeenteleven dan gestalte krijgen?
  4. Is het herstel van Israel en het herstel van het tweevoudige karakter van de gemeente van de Here Jezus inderdaad een (het) profetisch(e) eken van deze tijd?

Opmerkingen

  1. Op p.46 vermeldt Kinzer dat Jakobus bekend is gebleven als ‘Yaakov HaTzadik. Zie Eusebius’ Kerkgeschiedenis 2.23, p.105-106 in de uitgave van Boekencentrum in 2000.

  1. zie bijvoorbeeld dit artikel over hem↩︎

    1. Since some of those who come from the religion of the Hebrews mistakenly think to make a mockery of Christ who is God, pretending to become Christians, but denying Christ in private by both secretly continuing to observe the sabbath and maintaining other Jewish practices, we decree that they shall not be received to communion or at prayer or into the church, but rather let them openly be Hebrews according to their own religion; they should not baptize their children or buy, or enter into possession of, a slave. But if one of them makes his conversion with a sincere faith and heart, and pronounces his confession wholeheartedly, disclosing their practices and objects in the hope that others may be refuted and corrected, such a person should be welcomed and baptized along with his children, and care should be taken that they abandon Hebrew practices. However if they are not of this sort, they should certainly not be welcomed.
      bron: https://www.papalencyclicals.net/councils/ecum07.htm
    ↩︎