1 Jezus in het hart van Israel

Kinzers ogen voor Jezus als Messias van Israel zijn open gegaan tijdens een Loofhuttenfeest viering.

En te midden van heel dat gebeuren, toen de kast met de Thora-rollen net als tijdens iedere Thoradienst geopend werd en wij allemaal stonden, toen was het alsof de hemel openging en ik aanschouwde de levende Thora, de vleesgeworden Thora (p.23)

Deze ervaring maakt dat Kinzer de overtuiging heeft dat Jezus woont temidden van het Joodse volk, zoals ook binnen de Kerk. Vanuit die stelling bestudeert hij de Schriften.

Israel-Christologie

Zoals een koning van Israel het hele volk vertegenwoordigde, zo vertegenwoordigt de Koning van Israel, Jezus Christus, het hele volk Israel. Met Zijn kruisiging sterft Israel, Zijn opstanding laat zien dat ook Israel zal opstaan. Met deze stelling de Schrift benaderen is wat Israel-Christologie wordt genoemd, waarbij de meeste theologen zich beperken tot het oude testament en voorbij gaan aan hoe de relatie van Jezus tot het Joodse volk nu is, wat nu juist het onderwerp van het boek van Kinzer is.

Israel-Christologie in OT: Gods Knecht

Als basis voor Israel-Christologie in het OT kunnen in de eerste plaats de ‘Liederen van de Knecht’ genoemd worden, vier of vijf passages in Jesaja 40-66. Teksten waarin het soms lijkt te gaan om een individueel persoon en soms over het volk Israel.
Zie bijvoorbeeld Jesaja 49:1:5.

BOEK

HFD

VS

WLC

HSV

ISA

49

1

שִׁמְעוּ אִיִּים אֵלַי וְהַקְשִׁיבוּ לְאֻמִּים מֵרָחוֹק יְהוָה מִבֶּטֶן קְרָאָנִי מִמְּעֵי אִמִּי הִזְכִּיר שְׁמִי׃

Luister naar Mij, kustlanden, sla er acht op, volken van ver! De HEERE heeft Mij geroepen van de moeder schoot af, van de baarmoeder af heeft Hij Mijn Naam genoemd.

ISA

49

2

וַיָּשֶׂם פִּי כְּחֶרֶב חַדָּה בְּצֵל יָדוֹ הֶחְבִּיאָנִי וַיְשִׂימֵנִי לְחֵץ בָּרוּר בְּאַשְׁפָּתוֹ הִסְתִּירָנִי׃

Hij heeft Mijn mond gemaakt als een scherp zwaard, in de schaduw van Zijn hand heeft Hij Mij verborgen. Hij heeft Mij gemaakt tot een puntige pijl, Hij heeft Mij in Zijn pijlkoker gestoken.

ISA

49

3

וַיֹּאמֶר לִי עַבְדִּי־אָתָּה יִשְׂרָאֵל אֲשֶׁר־בְּךָ אֶתְפָּאָר׃

Hij heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Knecht, Israël, in Wie Ik Mij zal verheerlijken.

ISA

49

4

וַאֲנִי אָמַרְתִּי לְרִיק יָגַעְתִּי לְתֹהוּ וְהֶבֶל כֹּחִי כִלֵּיתִי אָכֵן מִשְׁפָּטִי אֶת־יְהוָה וּפְעֻלָּתִי אֶת־אֱלֹהָי׃

Ik, Ik zei: Voor niets heb Ik Mij vermoeid, nutteloos en tevergeefs heb Ik Mijn kracht verbruikt. Voorwaar, Mijn recht is bij de HEERE , en Mijn arbeidsloon is bij Mijn God.

ISA

49

5

וְעַתָּה אָמַר יְהוָה יֹצְרִי מִבֶּטֶן לְעֶבֶד לוֹ לְשׁוֹבֵב יַעֲקֹב אֵלָיו וְיִשְׂרָאֵל לא [לוֹ] יֵאָסֵף וְאֶכָּבֵד בְּעֵינֵי יְהוָה וֵאלֹהַי הָיָה עֻזִּי׃

En nu zegt de HEERE , Die Zich Mij vanaf de moeder schoot tot Knecht heeft geformeerd om Jakob tot Hem terug te brengen – maar Israël zal zich niet laten verzamelen. Niettemin zal Ik verheerlijkt worden in de ogen van de HEERE , en Mijn God zal Mijn kracht zijn.

Het bekendste vers over de Knecht is Jesaja 52:13-53:12. Christelijke en Joodse theologen verschillen over de identiteit van deze knecht, heeft de profeet het over Jezus of over Israel. Het antwoord is over beide. Jezus en Israel zijn onafscheidelijk verbonden.

Ook in Daniël 7 is de identificatie van Jezus en Israel terug te vinden, waar in de verzen 13-14 een mensenzoon wordt beschreven die koninklijke macht ontvangt, terwijl in vers 27 deze macht gegeven wordt aan Gods volk.

BOEK

HFD

VS

WLC

HSV

DAN

7

13

חָזֵה הֲוֵית בְּחֶזְוֵי לֵילְיָא וַאֲרוּ עִם־עֲנָנֵי שְׁמַיָּא כְּבַר אֱנָשׁ אָתֵה הֲוָה וְעַד־עַתִּיק יוֹמַיָּא מְטָה וּקְדָמוֹהִי הַקְרְבוּהִי׃

Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen.

DAN

7

14

וְלֵהּ יְהִיב שָׁלְטָן וִיקָר וּמַלְכוּ וְכֹל עַמְמַיָּא אֻמַיָּא וְלִשָּׁנַיָּא לֵהּ יִפְלְחוּן שָׁלְטָנֵהּ שָׁלְטָן עָלַם דִּי־לָא יֶעְדֵּה וּמַלְכוּתֵהּ דִּי־לָא תִתְחַבַּל׃

Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.

DAN

7

27

וּמַלְכוּתָה וְשָׁלְטָנָא וּרְבוּתָא דִּי מַלְכְוָת תְּחוֹת כָּל־שְׁמַיָּא יְהִיבַת לְעַם קַדִּישֵׁי עֶלְיוֹנִין מַלְכוּתֵהּ מַלְכוּת עָלַם וְכֹל שָׁלְטָנַיָּא לֵהּ יִפְלְחוּן וְיִשְׁתַּמְּעוּן׃

Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen.

Hoewel er geleerden zijn die in de mensenzoon een beschrijving van een volk horen en anderen ervan uitgaan dat het in verzen 13-14 en in vers 26 niet over dezelfde grootheden gaat, is de meest logische gedachte dat het hier ook weer over beide gaat. Zoals Jezus als knecht van de Heer het volk vertegenwoordigt, zo doet Hij dat ook als Hem autoriteit wordt gegeven.

Een derde begrip dat zowel voor de Messias als voor Israel wordt gebruikt is Zoon van God. Zie voorbeelden hieronder.

Teksten die over de Messias spreken als Zoon van God

BOEK

HFD

VS

WLC

HSV

2SA

7

14

אֲנִי אֶהְיֶה־לּוֹ לְאָב וְהוּא יִהְיֶה־לִּי לְבֵן אֲשֶׁר בְּהַעֲוֺתוֹ וְהֹכַחְתִּיו בְּשֵׁבֶט אֲנָשִׁים וּבְנִגְעֵי בְּנֵי אָדָם׃

Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen : als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen.

PSA

2

7

אֲסַפְּרָה אֶל חֹק יְהוָה אָמַר אֵלַי בְּנִי אַתָּה אֲנִי הַיּוֹם יְלִדְתִּיךָ׃

Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ík heb U heden verwekt.

PSA

89

27

הוּא יִקְרָאֵנִי אָבִי אָתָּה אֵלִי וְצוּר יְשׁוּעָתִי׃

Híj zal tot Mij roepen: U bent mijn Vader, mijn God en de rots van mijn heil.

PSA

89

28

אַף־אָנִי בְּכוֹר אֶתְּנֵהוּ עֶלְיוֹן לְמַלְכֵי־אָרֶץ׃

Ja, Ík zal hem tot een eerstgeboren zoon maken, tot de allerhoogste van de koningen van de aarde.

Teksten die over Israel spreken als zoon van God

BOEK

HFD

VS

WLC

HSV

EXO

4

22

וְאָמַרְתָּ אֶל־פַּרְעֹה כֹּה אָמַר יְהוָה בְּנִי בְכֹרִי יִשְׂרָאֵל׃

Dan moet u tegen de farao zeggen: Zo zegt de HEERE : Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.

EXO

4

23

וָאֹמַר אֵלֶיךָ שַׁלַּח אֶת־בְּנִי וְיַעַבְדֵנִי וַתְּמָאֵן לְשַׁלְּחוֹ הִנֵּה אָנֹכִי הֹרֵג אֶת־בִּנְךָ בְּכֹרֶךָ׃

Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen. Maar u hebt geweigerd hem te laten gaan, zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene, doden.

HOS

11

1

כִּי נַעַר יִשְׂרָאֵל וָאֹהֲבֵהוּ וּמִמִּצְרַיִם קָרָאתִי לִבְנִי׃

Toen Israël een kind was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.

De zoon van God is zowel een volk als een Persoon; de Persoon in wie het hele volk vertegenwoordigd is, de Messiaanse Koning.

Israel-christologie in Mattheüs

Matt 1 Het eerste hoofdstuk van Mattheus begint met het geslachtsregister van Jezus met nadruk op Jezus, Zoon van David, Zoon van Abraham. Abraham is de voorvader en belichaming van het volk en zijn levensgeschiedenis is een afspiegeling van die van het volk. David is als de koning degene die het hele volk vertegenwoordigt en naar zijn bestemming leidt. Jezus de Zoon van Abraham, belichaamt het volk, Jezus als de Zoon van David zal het volk tot zijn bestemming brengen.
Matt 1 Ook in Mattheüs 1 horen we dat Jezus Zijn volk zal redden van hun zonden (Matt.1:21). Dit ‘Zijn volk’ is het volk Israël, waar weliswaar de heiden-gelovigen bijkomen, maar dat doet niets af van wat hier in Matt.1 staat. De naam Immanuël die op Jezus betrokken wordt (Matt.1:23) maakt hetzelfde duidelijk; deze naam komt namelijk uit Jesaja 7 (vs.14) waar Immanuel slaat op de geboorte van een zoon die Jeruzalem zal redden uit de macht van de vijand. Deze naam slaat daarmee op God met Zijn volk Israel, een volk waar later gelovigen uit de volken bij ingesloten worden.
Matt.2 De buitenlandse wijzen komen voor de koning van de Joden. Vele buitenlanders (heidenen) zullen later tot geloof in deze Koning komen, maar dat verandert niets aan Jezus’ titel ‘Koning der Joden’.
Matt.2 In vers 15 van Matt.2 wordt uit Egypte heb ik Mijn Zoon geroepen (Hosea 11:1) betrokken op de Here Jezus die door Zijn ouders meegenomen wordt naar Egypte vanwege koning Herodus die het op Zijn leven heeft voorzien. Een ander voorbeeld van Israel-christologie als Mattheus deze tekst, die in Hosea duidelijk betrekking heeft op het volk Israel, op Jezus betrekt.
Matt.3 In Matt.3 horen we over Johannes de Doper die spreekt over Degene die komt die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Op de achtergrond klinken hier teksten uit het OT die spreken over het reinigende en vernieuwende werk dat God met/aan Zijn volk zal doen (zie onder). Teksten die spreken over water, Geest en vuur. De eerste die deze doop in Geest en vuur ondergaat is Jezus Zelf. Om alle gerechtigheid te vervullen wordt Hij één met Zijn volk. Wat later voor het volk werkelijkheid zal worden, wordt in Hem als eerste en vertegenwoordiger van het volk werkelijkheid. Hij vereenzelvigd Zich met het hele volk, niet alleen met een deel ervan.
Matt.4 Veertig jaar trok het volk door de woestijd, veertig dagen werd Jezus in de woestijn verzocht door de duivel. Dan spreekt de duivel Hem tot drie keer toe aan: Als jij Gods Zoon bent …. , met ander woorden ‘als jij de Messias van Israel bent, die Zich zo vereenzelvigd met dit volk dat Gods zoon genoemd wordt’. Ook hier maakt Jezus door wat Israel doormaakte, Hij echter weerstaat de duivel en Hij zal Israel naar Zijn bestemming brengen, Hij zal Zijn volk redden van hun zonden.
Deze teksten uit de eerste hoofdstukken van Mattheus laten de verbondenheid van Jezus met Zijn volk zien, een verbondenheid die - zie Romeinen 9-11 - blijvend is.

Gen.45 Nog een keer terug naar het OT. De geschiedenis van Jozef en zijn broers heeft duidelijk typologische trekken en spreekt over Jezus en Zjjn Joodse broers. Een moeizame verhouding, die ten laatste uitmondt in verzoening als iedereen weggestuurd wordt en Jozef zich aan zijn broers bekend maakt: Ik ben Jozef (Gen.45:3). En een paar hoofdstukken verder: Jullie weliswaar, jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals ‭het‭ op deze dag is: een groot volk in leven te houden (Gen.50:20).

De les uit de geschiedenis Ook de geschiedenis bepaalt ons bij de bijzondere verbondenheid van Jezus met het volk Israel. Een volk dat meer naar de bergrede heeft geleefd dan de Kerk. Een volk dat Jesaja 53 aan den lijve heeft ondervonden door de geschiedenis heen. Dit volk toont in de manier waarop het door de wereld trekt in feite voortdurend het gelijk van het uitganspunt van de Israel-christologie, dat Jezus leeft temidden van Zijn volk in deze wereld.

Ter bespreking

  1. Bij welke passage/gedachte in dit hoofdstuk plaats je een uitroepteken?
  2. Bij welke passage/gedachte in dit hoofdstuk plaats je een vraagteken?
  3. In het begin van dit hoofdstuk beschrijft Kinzer hoe een openbaring die hij als ongeveer 20-jarige gehad heeft bij het Loofhuttenfeest bepalend is voor zijn benadering van de Schrift. Heeft dit niet het gevaar van het subjectieve schriftuitleg in zich? Of is hij hierin te vergelijken met Paulus, die ook na zijn bekering de Schriften uitlegde vanuit het werk van de Geest dat hij zag gebeuren?
  4. Bespreek de teksten uit Mattheus die Kinzer in dit hoofdstuk naar voren haalt om de Israel-christologie te onderbouwen.
  5. Op p.41 stelt Kinzer Want is het toevallig dat in de vele eeuwen dat de Kerk al bestaat het Joodse volk meer overeen- komstig de Bergrede geleefd heeft dan de Kerk?
    Klopt het in zijn algemeenheid wat hij hier stelt?
  6. Heeft de vereenzelviging van Jezus met het volk Israel ons iets te zeggen over onze individualistische manier van naar de wereld kijken?

Teksten over doop met water, geest en vuur in OT

BOEK

HFD

VS

WLC

HSV

EZE

36

24

וְלָקַחְתִּי אֶתְכֶם מִן־הַגּוֹיִם וְקִבַּצְתִּי אֶתְכֶם מִכָּל־הָאֲרָצוֹת וְהֵבֵאתִי אֶתְכֶם אֶל־אַדְמַתְכֶם׃

Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen.

EZE

36

25

וְזָרַקְתִּי עֲלֵיכֶם מַיִם טְהוֹרִים וּטְהַרְתֶּם מִכֹּל טֻמְאוֹתֵיכֶם וּמִכָּל־גִּלּוּלֵיכֶם אֲטַהֵר אֶתְכֶם׃

Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.

EZE

36

26

וְנָתַתִּי לָכֶם לֵב חָדָשׁ וְרוּחַ חֲדָשָׁה אֶתֵּן בְּקִרְבְּכֶם וַהֲסִרֹתִי אֶת־לֵב הָאֶבֶן מִבְּשַׂרְכֶם וְנָתַתִּי לָכֶם לֵב בָּשָׂר׃

Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.

BOEK

HFD

VS

WLC

HSV

MAL

3

3

וְיָשַׁב מְצָרֵף וּמְטַהֵר כֶּסֶף וְטִהַר אֶת־בְּנֵי־לֵוִי וְזִקַּק אֹתָם כַּזָּהָב וְכַכָּסֶף וְהָיוּ לַיהוָה מַגִּישֵׁי מִנְחָה בִּצְדָקָה׃

Hij zal zitten als iemand die zilver smelt en reinigt: Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver. Dan zullen zij de HEERE een graanoffer brengen in gerechtigheid.

MAL

3

19

כִּי־הִנֵּה הַיּוֹם בָּא בֹּעֵר כַּתַּנּוּר וְהָיוּ כָל־זֵדִים וְכָל־עֹשֵׂה רִשְׁעָה קַשׁ וְלִהַט אֹתָם הַיּוֹם הַבָּא אָמַר יְהוָה צְבָאוֹת אֲשֶׁר לֹא־יַעֲזֹב לָהֶם שֹׁרֶשׁ וְעָנָף׃

MAL

3

23

הִנֵּה אָנֹכִי שֹׁלֵחַ לָכֶם אֵת אֵלִיָּה הַנָּבִיא לִפְנֵי בּוֹא יוֹם יְהוָה הַגָּדוֹל וְהַנּוֹרָא׃