4 De Ecclesia: Joden en heidenen samen
Ook in het tweede hoofdstuk van Efeze wordt de wij-gij lijn doorgezet, wij Joden - gij heidenen. De focus ligt op Gods genade voor de heidenen, waarbij expliceit wordt aangegeven dat ook ‘wij Joden’ uit die genade leven.
Het centrum van het eerder besproken chiasme 1:1 - 3:21 wordt gevormd door 2:11-22, een passage die zelf ook weer een chiastische structuur kent:
- A ooit vreemdelingen (2:11-12)
- B die veraf waren nu dichtbij (2:13)
- C Hij is onze Vrede (2:14-16)
- B1 Vrede voor wie ver was en voor wie dichtbij was (2:17-18)
- B die veraf waren nu dichtbij (2:13)
- C1 niet langer vreemdelingen (2:19-22)
Het centrum van de boodschap is dus dat Christus Jezus Degene is die heidenen en Joden bijeenbrengt. De gebruikte terminologie is terminologie die gebruikt wordt om de tempeldienst te beschrijven, in het bijzonder wat betreft offers die gebracht worden en die de mens dichter bij God brengen (zie ook onder opmerkingen). Het is alsof Paulus tegen de heidenen zegt: jullie waren veraf, zonder tempel, maar nu in Christus zijn jullie tot God genaderd in Zijn hemelse tempel.
Hoewel Jood en heiden het van genade moet hebben, is er een verschil tussen Jood en heiden in de positie die zij ten opzichte van God hadden/hebben. Hoewel ook de Joden dood waren in hun zonden, wordt van hen niet gezegd dat zij veraf waren. Zij waren ondanks hun zonden, dichtbij hun God.
Het centrum van het chiasme in hoofdstuk 2
Efeze 2:14-16 kan op verschillende manieren vertaald worden, en verschillende vertalingen kunnen leiden tot tegengestelde conclusies.
Duidelijk is dat ‘beiden’ betrekking heeft op Jood en heiden. De dood van de Messias heeft tot doel een einde te maken aan de vijandschap tussen de beide, en deze één te maken. Een nieuwe eenheid, wat niet betekent dat de afzonderlijke delen daarmee ophouden te bestaan. Paulus gebruikt dezelfde soort van redenering als hij over het huwelijk spreekt, waarin man en vrouw één worden, wat ook niet betekent dat in het huwelijk geen sprake meer is van een man en een vrouw. Zo kan ook hier geconcludeerd worden dat Jood en heiden één worden gemaakt, zonder dat er daarna geen sprake meer zou zijn van onderscheid tussen Jood en heiden.
Vanuit een andere gezichtspunt, in het bijzonder vanuit het herhaaldelijk gebruik van de term mede-…, kan ook gesproken worden van een uitbreiding van Israel met de tot geloof in Jezus gekomen heidenen. Een lijn die ligt in het verlengde van de roeping van Israel zoals wij die al bij Abraham horen. Om dit te bewerkstellingen moest er iets aan instellingen die gebaseerd zijn op de Tora gebeuren. Niet de Tora hoefde aan de kant, maar die uitwerking van de Tora die een scheidsmuur optrok tussen Jood en heiden. Opvallend is het gebruik van het Griekse woord dogmata (δόγμασιν vorm van δογμα, G1378) voor bepalingen. Dit woord komt vier keer voor in het NT, het lijkt steeds te gaan om door mensen uitgevaardigde instellingen al dan niet gebaseerd op de Tora. Zie onder bij opmerking 2 de teksten waarin het woord voorkomt in het NT.
Ook in de rest van hoofdstuk 2, evenals in hoofdstuk 3 komt deze tweevoudigheid van de ecclesia naar voren. Dat blijkt uit het herhaald gebruik van het woord beide in hoofdstuk 2 en het samengebouwd en samengevoegd zijn tot één bouwwerk als kenmerk van het geheimenis waarvan gesproken wordt; samen ziet hierbij op Jood en heiden.
Vragen vanuit de kerkgeschiedenis
Al heel vroeg in de kerkgeschiedenis is de band met Israel losgelaten en het zicht op de tweevoudigheid van de ecclesia uit beeld geraakt. Het heeft tot de 20ste eeuw geduurd voordat er weer een deel binnen de ecclesia ontstond dat volop Joods bleef. Een herkansing voor de ecclesia om te worden wat altijd bedoeld is, een eenheid met een tweeledige identiteit, zoals in een huwelijk.
Ter bespreking
- Vragen, opmerkingen?
- Heeft dit hoofdstuk nieuwe inzichten gegeven?
- Heb je weet van de Messiaanse beweging in de wereldwijde kerk in onze tijd? Hoe kijk je daar tegenaan?
- Wat kunnen wij binnen ons eigen kerkgemeenschap met wat in dit hoofdstuk naar voren wordt gebracht?
Opmerkingen
- Op p.89 staat een wat onduidelijke passage over Hebreeuwse woorden die te maken hebben met de tempeldienst die op de achtergrond meespelen in Efeze 2:13. Hieronder de tekst met enkele verduidelijkende opmerkingen tussen haakjes.
Zij die veraf stonden zijn nu dichtbij gebracht. De uitdrukking ‘dichtbij gebracht’ (ἐγγὺς ἐγενήθητε - engus egenethete) is in de Griekse grondtekst het equivalent van een Hebreeuws woord (קְרוֹבִים)
(kerovim een meervoudsvorm van karov - dichtbij (strong H7138)) dat verwijst naar de nabijheid van Israël bij God in de tempel (opm. het woord karov wordt veel algemener gebruikt). Het woord dat in het Hebreeuws gebruikt wordt voor ‘offer’ (korban afgeleid van karov) komen we ook in het Nieuwe Testament tegen, in Marcus 7 vers 11. Het gaat om het woordje ‘Korban’. Een ‘korban’ is letterlijk vertaald ‘iets dat dichtbij gebracht is’. En het werkwoord dat ‘dichtbij brengen’ betekent is het werkwoord dat in het Hebreeuws gebruikt wordt voor ‘een offer brengen’. We zien hier dus dat beelden en woord- gebruik in verband met de tempel in Jeruzalem centraal staan in heel dit Schriftgedeelte. Paulus zegt hier met zoveel woorden: Jullie heidenen waren eerder niet in staat om in de tempel dichtbij God te komen. Maar nu zijn jullie in Gods heilige tempel. Niet in de tempel in Jeruzalem, maar jullie hebben nu intieme persoonligke toegang tot God gekregen in de hemelse tempel.’
Bronnen:
- https://petersteffens.nl/woordenlijst/korban/
- https://biblehub.com/topical/k/korban.htm
- Een overzicht van teksten waarin sprake is van het Griekse woord dogma
BOEK | HFD | VS | TR | SV |
|---|---|---|---|---|
LUK | 2 | 1 | Ἐγένετο δὲ ἐν ταῖς ἡμέραις ἐκείναις ἐξῆλθεν δόγμα παρὰ Καίσαρος Αὐγούστου ἀπογράφεσθαι πᾶσαν τὴν οἰκουμένην | En het geschiedde in diezelfde dagen dat er een gebod uitging van den keizer Augustus dat de gehele wereld beschreven zou worden. |
ACT | 16 | 4 | ὡς δὲ διεπορεύοντο τὰς πόλεις παρεδίδουν αὐτοῖς φυλάσσειν τὰ δόγματα τὰ κεκριμένα ὑπὸ τῶν ἀποστόλων καὶ τῶν πρεσβυτέρων τῶν ἐν Ἰερουσαλήμ | En alzo zij de steden doorreisden gaven zij hun de verordeningen over die van de apostelen en de ouderlingen te Jeruzalem goed gevonden waren om die te onderhouden. |
ACT | 17 | 7 | οὓς ὑποδέδεκται Ἰάσων· καὶ οὗτοι πάντες ἀπέναντι τῶν δογμάτων Καίσαρος πράττουσιν βασιλέα λέγοντες ἕτερον εἶναι Ἰησοῦν | Welke Jason in zijn huis genomen heeft; en alle dezen doen tegen de geboden des keizers zeggende dat er een andere Koning is namelijk Jezus. |
EPH | 2 | 15 | τήν ἔχθραν ἐν τῇ σαρκί αὐτοῦ τὸν νόμον τῶν ἐντολῶν ἐν δόγμασιν καταργήσας ἵνα τοὺς δύο κτίσῃ ἐν ἑαὐτῷ εἰς ἕνα καινὸν ἄνθρωπον ποιῶν εἰρήνην | Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen vrede makende; |
COL | 2 | 14 | ἐξαλείψας τὸ καθ᾽ ἡμῶν χειρόγραφον τοῖς δόγμασιν ὃ ἦν ὑπεναντίον ἡμῖν καὶ αὐτὸ ἦρκεν ἐκ τοῦ μέσου προσηλώσας αὐτὸ τῷ σταυρῷ· | Uitgewist hebbende het handschrift dat tegen ons was in inzettingen bestaande hetwelk zeg ik enigerwijze ons tegen was en heeft datzelve uit het midden weggenomen hetzelve aan het kruis genageld hebbende; |
Tekst van Efeze 2
BOEK | HFD | VS | TR | SV |
|---|---|---|---|---|
EPH | 2 | 1 | Καὶ ὑμᾶς ὄντας νεκροὺς τοῖς παραπτώμασιν καὶ ταῖς ἁμαρτίαις | En u heeft Hij mede levend gemaakt daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; |
EPH | 2 | 2 | ἐν αἷς ποτε περιεπατήσατε κατὰ τὸν αἰῶνα τοῦ κόσμου τούτου κατὰ τὸν ἄρχοντα τῆς ἐξουσίας τοῦ ἀέρος τοῦ πνεύματος τοῦ νῦν ἐνεργοῦντος ἐν τοῖς υἱοῖς τῆς ἀπειθείας· | In welke gij eertijds gewandeld hebt naar de eeuw dezer wereld naar den overste van de macht der lucht van den geest die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid; |
EPH | 2 | 3 | ἐν οἷς καὶ ἡμεῖς πάντες ἀνεστράφημέν ποτε ἐν ταῖς ἐπιθυμίαις τῆς σαρκὸς ἡμῶν ποιοῦντες τὰ θελήματα τῆς σαρκὸς καὶ τῶν διανοιῶν καὶ ἤμεν τέκνα φύσει ὀργῆς ὡς καὶ οἱ λοιποί· | Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns gelijk ook de anderen; |
EPH | 2 | 4 | ὁ δὲ θεὸς πλούσιος ὢν ἐν ἐλέει διὰ τὴν πολλὴν ἀγάπην αὐτοῦ ἣν ἠγάπησεν ἡμᾶς | Maar God Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde waarmede Hij ons liefgehad heeft |
EPH | 2 | 5 | καὶ ὄντας ἡμᾶς νεκροὺς τοῖς παραπτώμασιν συνεζωοποίησεν τῷ Χριστῷ χάριτί ἐστε σεσῳσμένοι | Ook toen wij dood waren door de misdaden heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden) |
EPH | 2 | 6 | καὶ συνήγειρεν καὶ συνεκάθισεν ἐν τοῖς ἐπουρανίοις ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ | En heeft ons mede opgewekt en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; |
EPH | 2 | 7 | ἵνα ἐνδείξηται ἐν τοῖς αἰῶσιν τοῖς ἐπερχομένοις τὸν ὑπερβάλλοντα πλοῦτον τῆς χάριτος αὐτοῦ ἐν χρηστότητι ἐφ᾽ ἡμᾶς ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ | Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. |
EPH | 2 | 8 | τῇ γὰρ χάριτί ἐστε σεσῳσμένοι διὰ τῆς πίστεως· καὶ τοῦτο οὐκ ἐξ ὑμῶν θεοῦ τὸ δῶρον· | Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u het is Gods gave; |
EPH | 2 | 9 | οὐκ ἐξ ἔργων ἵνα μή τις καυχήσηται | Niet uit de werken opdat niemand roeme. |
EPH | 2 | 10 | αὐτοῦ γάρ ἐσμεν ποίημα κτισθέντες ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ ἐπὶ ἔργοις ἀγαθοῖς οἷς προητοίμασεν ὁ θεὸς ἵνα ἐν αὐτοῖς περιπατήσωμεν | Want wij zijn Zijn maaksel geschapen in Christus Jezus tot goede werken welke God voorbereid heeft opdat wij in dezelve zouden wandelen. |
EPH | 2 | 11 | Διὸ μνημονεύετε ὅτι ὑμεῖς ποτὲ τὰ ἔθνη ἐν σαρκί οἱ λεγόμενοι ἀκροβυστία ὑπὸ τῆς λεγομένης περιτομῆς ἐν σαρκὶ χειροποιήτου | Daarom gedenkt dat gij die eertijds heidenen waart in het vlees en die voorhuid genaamd werdt van degenen die genaamd zijn besnijdenis in het vlees die met handen geschiedt; |
EPH | 2 | 12 | ὅτι ἦτε ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ χωρὶς Χριστοῦ ἀπηλλοτριωμένοι τῆς πολιτείας τοῦ Ἰσραὴλ καὶ ξένοι τῶν διαθηκῶν τῆς ἐπαγγελίας ἐλπίδα μὴ ἔχοντες καὶ ἄθεοι ἐν τῷ κόσμῳ | Dat gij in dien tijd waart zonder Christus vervreemd van het burgerschap Israëls en vreemdelingen van de verbonden der belofte geen hoop hebbende en zonder God in de wereld. |
EPH | 2 | 13 | νυνὶ δὲ ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ ὑμεῖς οἵ ποτε ὄντες μακρὰν ἐγγὺς ἐγενήθητε ἐν τῷ αἵματι τοῦ Χριστοῦ | Maar nu in Christus Jezus zijt gij die eertijds verre waart nabij geworden door het bloed van Christus. |
EPH | 2 | 14 | Αὐτὸς γάρ ἐστιν ἡ εἰρήνη ἡμῶν ὁ ποιήσας τὰ ἀμφότερα ἓν καὶ τὸ μεσότοιχον τοῦ φραγμοῦ λύσας | Want Hij is onze Vrede Die deze beiden één gemaakt heeft en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende |
EPH | 2 | 15 | τήν ἔχθραν ἐν τῇ σαρκί αὐτοῦ τὸν νόμον τῶν ἐντολῶν ἐν δόγμασιν καταργήσας ἵνα τοὺς δύο κτίσῃ ἐν ἑαὐτῷ εἰς ἕνα καινὸν ἄνθρωπον ποιῶν εἰρήνην | Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen vrede makende; |
EPH | 2 | 16 | καὶ ἀποκαταλλάξῃ τοὺς ἀμφοτέρους ἐν ἑνὶ σώματι τῷ θεῷ διὰ τοῦ σταυροῦ ἀποκτείνας τὴν ἔχθραν ἐν αὐτῷ | En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende. |
EPH | 2 | 17 | καὶ ἐλθὼν εὐηγγελίσατο εἰρήνην ὑμῖν τοῖς μακρὰν καὶ τοῖς ἐγγύς· | En komende heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u die verre waart en dien die nabij waren. |
EPH | 2 | 18 | ὅτι δι᾽ αὐτοῦ ἔχομεν τὴν προσαγωγὴν οἱ ἀμφότεροι ἐν ἑνὶ πνεύματι πρὸς τὸν πατέρα | Want door Hem hebben wij beiden den toegang door één Geest tot den Vader. |
EPH | 2 | 19 | ἄρα οὖν οὐκέτι ἐστὲ ξένοι καὶ πάροικοι ἀλλὰ συμπολῖται τῶν ἁγίων καὶ οἰκεῖοι τοῦ θεοῦ | Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods; |
EPH | 2 | 20 | ἐποικοδομηθέντες ἐπὶ τῷ θεμελίῳ τῶν ἀποστόλων καὶ προφητῶν ὄντος ἀκρογωνιαίου αὐτοῦ Ἰησοῦ Χριστοῦ | Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; |
EPH | 2 | 21 | ἐν ᾧ πᾶσα ἥ οἰκοδομὴ συναρμολογουμένη αὔξει εἰς ναὸν ἅγιον ἐν κυρίῳ | Op Welken het gehele gebouw bekwamelijk samengevoegd zijnde opwast tot een heiligen tempel in den Heere; |
EPH | 2 | 22 | ἐν ᾧ καὶ ὑμεῖς συνοικοδομεῖσθε εἰς κατοικητήριον τοῦ θεοῦ ἐν πνεύματι | Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. |