BOEK | HFD | VS | TR | HSV |
|---|---|---|---|---|
ROM | 4 | 11 | καὶ σημεῖον ἔλαβεν περιτομῆς σφραγῖδα τῆς δικαιοσύνης τῆς πίστεως τῆς ἐν τῇ ἀκροβυστίᾳ εἰς τὸ εἶναι αὐτὸν πατέρα πάντων τῶν πιστευόντων δι᾽ ἀκροβυστίας εἰς τὸ λογισθῆναι καὶ αὐτοῖς τὴν δικαιοσύνην | En hij heeft het teken van de besnijdenis ontvangen als een zegel van de gerechtigheid van het geloof dat hij had toen hij nog onbesneden was opdat hij een vader zou zijn van allen die geloven hoewel zij onbesneden zijn opdat ook hun de gerechtigheid toegerekend zou worden; |
ROM | 4 | 12 | καὶ πατέρα περιτομῆς τοῖς οὐκ ἐκ περιτομῆς μόνον ἀλλὰ καὶ τοῖς στοιχοῦσιν τοῖς ἴχνεσιν τῆς ἐν τῇ ἀκροβυστίᾳ πίστεως τοῦ πατρὸς ἡμῶν Ἀβραάμ | en om een vader te zijn van hen die besneden zijn voor hen namelijk die niet alleen besneden zijn maar die ook wandelen in de voetsporen van het geloof van onze vader Abraham dat hij had toen hij nog onbesneden was. |
ROM | 4 | 13 | Οὐ γὰρ διὰ νόμου ἡ ἐπαγγελία τῷ Ἀβραὰμ ἢ τῷ σπέρματι αὐτοῦ τὸ κληρονόμον αὐτὸν εἶναι τοῦ κόσμου ἀλλὰ διὰ δικαιοσύνης πίστεως | Want niet door de wet is de belofte aan Abraham of zijn nageslacht gedaan dat hij een erfgenaam van de wereld zou zijn maar door de gerechtigheid van het geloof. |
ROM | 4 | 16 | διὰ τοῦτο ἐκ πίστεως ἵνα κατὰ χάριν εἰς τὸ εἶναι βεβαίαν τὴν ἐπαγγελίαν παντὶ τῷ σπέρματι οὐ τῷ ἐκ τοῦ νόμου μόνον ἀλλὰ καὶ τῷ ἐκ πίστεως Ἀβραάμ ὅς ἐστιν πατὴρ πάντων ἡμῶν | Daarom is het uit het geloof opdat het zou zijn naar genade met als doel dat de belofte zeker zou zijn voor het hele nageslacht niet voor dat wat uit de wet alleen is maar ook voor dat wat uit het geloof van Abraham is die een vader is van ons allen |
5 Israel naast de Ecclesia
Het getuigenis van de Romeinenbrief
De focus in Efeze ligt op de Ecclesia, meer in het bijzonder op de plaats van Israel in het hart ervan. De vraag wat dit betekent voor het deel van het Joodse volk dat niet In Jezus als Messias gelooft komt niet expliciet aan de orde. Anders is dit in de brief aan de ecclesia in Rome. Niet alleen in de hoofdstukken 9-11.
Binnen de Romeinenbrief worden vaak vijf delen onderscheiden, (i) hoofdstuk 1-4, (ii) hoofdstuk 5-8, (iii) hoofdstuk 9-11, (iv) hoofdstuk 12-15 en (v) persoonlijk woord van Paulus. Elk van de eerste vier delen zou een bepaald gezichtspunt op het evangelie laten zien. Maar wat is het verband tussen de verschillende onderdelen?
Nauwkeurige bestudering laat zien dat de brief één geheel is. In dit hoofdstuk wordt dat aangetoond door te wijzen op kernbegrippen die door de brief terugkomen.
De aartsvaders
De eerste link tussen de vier gedeelten is de verwijzing, expliciet of meer impliciet, naar de aartsvaders.
Het verband tussen 1e en 4e deel
In vers 11 gaat het over heidengelovigen (…allen die geloven hoewel zij onbesneden zijn …). Over de uitleg van vers 12 verschillen exegeten van mening wat doorklinkt in de vertaling.
Er staat woord voor woord vertaald:
En een vader van besnijdenis voor hen niet uit besnijdenis alleen maar ook voor de wandelende in voetstappen van in/met voorhuid geloof van onze vader Abraham.
Kinzer vertaalt: En een vader van de besnijdenis. Niet alleen voor hen die van de besnijdenis zijn, maar ook voor hen die wandelen in de voetstappen van het gelovig vertrouwen dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat. Hij is van mening dat Paulus hier over twee groepen Joden spreekt, zij die wel en zij die niet in Jezus geloven. Abraham is de vader van de Joden en heidenen die in Jezus geloven en ook van Joden die niet in Jezus geloven. Dit stemt dan overeen met vers 16 waar staat dat de belofte voor het hele nageslacht van Abraham is, zowel voor hen die uit de wet als die uit geloof kind van Abraham zijn.
In het laatste deel van Romeinen wordt Christus ook verbonden aan wie uit de besnijdenis zijn en aan heiden-gelovigen.
BOEK | HFD | VS | TR | HSV |
|---|---|---|---|---|
ROM | 15 | 7 | Διὸ προσλαμβάνεσθε ἀλλήλους καθὼς καὶ ὁ Χριστὸς προσελάβετο ἡμᾶς εἰς δόξαν θεοῦ | Daarom aanvaard elkaar zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid van God. |
ROM | 15 | 8 | λέγω δὲ, Ἰησοῦν Χριστὸν διάκονον γεγενῆσθαι περιτομῆς ὑπὲρ ἀληθείας θεοῦ εἰς τὸ βεβαιῶσαι τὰς ἐπαγγελίας τῶν πατέρων | En ik zeg dat Jezus Christus een Dienaar van de besnijdenis is geworden ter wille van de waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen |
ROM | 15 | 9 | τὰ δὲ ἔθνη ὑπὲρ ἐλέους δοξάσαι τὸν θεόν καθὼς γέγραπται Διὰ τοῦτο ἐξομολογήσομαί σοι ἐν ἔθνεσιν καὶ τῷ ὀνοματί σου ψαλῶ | en opdat de heidenen God zouden verheerlijken vanwege de barmhartigheid zoals geschreven staat: Daarom zal ik U belijden onder de heidenen en Uw Naam lofzingen. |
Een kernbegrip is hier ‘bebaiosai’ (vs8) (βεβαιῶσαι, van βεβαιοω - bevestigen zeker maken) een begrip dat ook in 4:16 als bijvoeglijk naamwoord voorkomt ‘bebaian’ (βεβαίαν, vierde nv van βεβαιος - ‘vast staand, overdracht. van wat niet wankelend en dus onzeker, maar vast is, waarop men staat kan maken, zeker, betrouwbaar’ bron: woordenboek Harting). Jezus is Degene die Gods beloften aan de vaderen van Israel bevestigd en de volken die in door geloof in de voetsporen van Abraham gaan daarin betrekt.
Romeinen 9-11
Het derde deel van de brief, H9-11, vindt zijn climax in het slot, 11:25-28.
BOEK | HFD | VS | TR | HSV |
|---|---|---|---|---|
ROM | 11 | 25 | Οὐ γὰρ θέλω ὑμᾶς ἀγνοεῖν ἀδελφοί τὸ μυστήριον τοῦτο ἵνα μὴ ἦτε παῤ ἑαυτοῖς φρόνιμοι ὅτι πώρωσις ἀπὸ μέρους τῷ Ἰσραὴλ γέγονεν ἄχρις οὗ τὸ πλήρωμα τῶν ἐθνῶν εἰσέλθῃ | Want ik wil niet broeders dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog) dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. |
ROM | 11 | 26 | καὶ οὕτως πᾶς Ἰσραὴλ σωθήσεται· καθὼς γέγραπται Ἥξει ἐκ Σιὼν ὁ ῥυόμενος καὶ ἀποστρέψει ἀσεβείας ἀπὸ Ἰακώβ· | En zo zal heel Israël zalig worden zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. |
ROM | 11 | 27 | καὶ αὕτη αὐτοῖς ἡ παρ᾽ ἐμοῦ διαθήκη ὅταν ἀφέλωμαι τὰς ἁμαρτίας αὐτῶν | En dit is het verbond van Mij met hen wanneer Ik hun zonden zal wegnemen. |
ROM | 11 | 28 | κατὰ μὲν τὸ εὐαγγέλιον ἐχθροὶ δι᾽ ὑμᾶς κατὰ δὲ τὴν ἐκλογὴν ἀγαπητοὶ διὰ τοὺς πατέρας· | Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen. |
Ook hier een verwijzing naar ‘de beloften aan de vaderen’. God houdt Zich aan Zijn beloften!
Romeinen 5-8
In de hoofdstukken 5-8 staat geen expliciete verwijzing naar de vaderen. Wat wel in het slot van hoofdstuk 8 te vinden is: verwijzing naar de binding van Izaäk (zie vooral vs32).
BOEK | HFD | VS | TR | HSV |
|---|---|---|---|---|
ROM | 8 | 28 | οἴδαμεν δὲ ὅτι τοῖς ἀγαπῶσιν τὸν θεὸν πάντα συνεργεῖ εἰς ἀγαθόν τοῖς κατὰ πρόθεσιν κλητοῖς οὖσιν | En wij weten dat voor hen die God liefhebben alle dingen meewerken ten goede voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. |
ROM | 8 | 29 | ὅτι οὓς προέγνω καὶ προώρισεν συμμόρφους τῆς εἰκόνος τοῦ υἱοῦ αὐτοῦ εἰς τὸ εἶναι αὐτὸν πρωτότοκον ἐν πολλοῖς ἀδελφοῖς· | Want hen die Hij van tevoren gekend heeft heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. |
ROM | 8 | 30 | οὓς δὲ προώρισεν τούτους καὶ ἐκάλεσεν· καὶ οὓς ἐκάλεσεν τούτους καὶ ἐδικαίωσεν· οὓς δὲ ἐδικαίωσεν τούτους καὶ ἐδόξασεν | En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft die heeft Hij ook geroepen en hen die Hij geroepen heeft die heeft Hij ook gerechtvaardigd en hen die Hij gerechtvaardigd heeft die heeft Hij ook verheerlijkt. |
ROM | 8 | 31 | Τί οὖν ἐροῦμεν πρὸς ταῦτα εἰ ὁ θεὸς ὑπὲρ ἡμῶν τίς καθ᾽ ἡμῶν | Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is wie zal tegen ons zijn? |
ROM | 8 | 32 | ὅς γε τοῦ ἰδίου υἱοῦ οὐκ ἐφείσατο ἀλλ᾽ ὑπὲρ ἡμῶν πάντων παρέδωκεν αὐτόν πῶς οὐχὶ καὶ σὺν αὐτῷ τὰ πάντα ἡμῖν χαρίσεται | Hoe zal Hij Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft ons ook met Hem niet alle dingen schenken? |
ROM | 8 | 33 | τίς ἐγκαλέσει κατὰ ἐκλεκτῶν θεοῦ θεὸς ὁ δικαιῶν· | Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. |
ROM | 8 | 34 | τίς ὁ κατακρινῶν Χριστὸς ὁ ἀποθανών μᾶλλον δὲ καί ἐγερθείς ὃς καὶ ἐστιν ἐν δεξιᾷ τοῦ θεοῦ ὃς καὶ ἐντυγχάνει ὑπὲρ ἡμῶν | Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is ja wat meer is Die ook opgewekt is Die ook aan de rechterhand van God is Die ook voor ons pleit. |
ROM | 8 | 35 | τίς ἡμᾶς χωρίσει ἀπὸ τῆς ἀγάπης τοῦ Χριστοῦ θλῖψις ἢ στενοχωρία ἢ διωγμὸς ἢ λιμὸς ἢ γυμνότης ἢ κίνδυνος ἢ μάχαιρα | Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of zwaard? |
ROM | 8 | 36 | καθὼς γέγραπται ὅτι Ἕνεκά σοῦ θανατούμεθα ὅλην τὴν ἡμέραν ἐλογίσθημεν ὡς πρόβατα σφαγῆς | Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood wij worden beschouwd als slachtschapen. |
ROM | 8 | 37 | ἀλλ᾽ ἐν τούτοις πᾶσιν ὑπερνικῶμεν διὰ τοῦ ἀγαπήσαντος ἡμᾶς | Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. |
ROM | 8 | 38 | πέπεισμαι γὰρ ὅτι οὔτε θάνατος οὔτε ζωὴ οὔτε ἄγγελοι οὔτε ἀρχαὶ οὔτε δυνάμεις οὔτε ἐνεστῶτα οὔτε μέλλοντα | Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood noch leven noch engelen noch overheden noch krachten noch tegenwoordige noch toekomstige dingen |
ROM | 8 | 39 | οὔτε ὕψωμα οὔτε βάθος οὔτε τις κτίσις ἑτέρα δυνήσεται ἡμᾶς χωρίσαι ἀπὸ τῆς ἀγάπης τοῦ θεοῦ τῆς ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ τῷ κυρίῳ ἡμῶν | noch hoogte noch diepte noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heere. |
Het hele gedeelte verwijst naar de binding van Izaäk, heel expliciet in vs 32. Het offer van Izaäk is herhaald in het offer van Jezus, Gods Zoon, nu was er geen stem die de Vader tegenhoudt. Jezus, Zoon van God en ook Zoon van Israel.
Het verband tussen Romeinen H8 en H9-11 wordt onderstreept door een zestal kernbegrippen die in beide gedeelten voorkomen.
- Voorkennis. Rom.11:2 spreekt over God die Zijn volk tevoren gekend heeft. Het zijn dezelfde woorden die in 8:29 worden gebruikt voor de volgelingen van Jezus die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hj ook …. Ook het niet-gelovioge deel van Israel hoort bij degenen die Hij tevoren gekend heeft.
- Aanneming en Heerlijkheid. Rom.9:4 noemt deze begrippen in relatie tot Israel als iets dat nog steeds geldend is. Let wel: de focus is hier op het deel van Israel dat niet in Jezus gelooft.
Het begrip aanneming tot zonen wordt in 8:14-15 gebruikt voor de ekklesia en in 9:4 voor Israel. Een aanneming die in al zijn volheid blijkens 8:22-23 ook voor de ekklesia nog toekomst is.
BOEK | HFD | VS | TR | HSV |
|---|---|---|---|---|
ROM | 8 | 23 | οὐ μόνον δέ ἀλλὰ καὶ αὐτοὶ τὴν ἀπαρχὴν τοῦ πνεύματος ἔχοντες καὶ ἡμεῖς αὐτοὶ ἐν ἑαυτοῖς στενάζομεν υἱοθεσίαν ἀπεκδεχόμενοι τὴν ἀπολύτρωσιν τοῦ σώματος ἡμῶν | En dat niet alleen maar ook wijzelf die de eerstelingen van de Geest hebben ook wijzelf zuchten in onszelf in de verwachting van de aanneming tot kinderen namelijk de verlossing van ons lichaam. |
ROM | 8 | 24 | τῇ γὰρ ἐλπίδι ἐσώθημεν· ἐλπὶς δὲ βλεπομένη οὐκ ἔστιν ἐλπίς· ὃ γὰρ βλέπει τίς τί καί ἐλπίζει | Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt is geen hoop. Immers wat iemand ziet waarom zou hij dat nog hopen? |
ROM | 9 | 4 | οἵτινές εἰσιν Ἰσραηλῖται ὧν ἡ υἱοθεσία καὶ ἡ δόξα καὶ αἱ διαθῆκαι καὶ ἡ νομοθεσία καὶ ἡ λατρεία καὶ αἱ ἐπαγγελίαι | Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften. |
Dit geldt ook de heerlijkheid (shechinah); vergelijk 9:4 waar het gaat over de aan Israel gegeven heerlijkheid en 8:16-18 waar de heerlijkheid in de toekomst ligt voor de gelovigen.
BOEK | HFD | VS | TR | HSV |
|---|---|---|---|---|
ROM | 8 | 16 | αὐτὸ τὸ πνεῦμα συμμαρτυρεῖ τῷ πνεύματι ἡμῶν ὅτι ἐσμὲν τέκνα θεοῦ | De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. |
ROM | 8 | 17 | εἰ δὲ τέκνα καὶ κληρονόμοι· κληρονόμοι μὲν θεοῦ συγκληρονόμοι δὲ Χριστοῦ εἴπερ συμπάσχομεν ἵνα καὶ συνδοξασθῶμεν | En als wij kinderen zijn dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. |
ROM | 8 | 18 | Λογίζομαι γὰρ ὅτι οὐκ ἄξια τὰ παθήματα τοῦ νῦν καιροῦ πρὸς τὴν μέλλουσαν δόξαν ἀποκαλυφθῆναι εἰς ἡμᾶς | Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. |
ROM | 8 | 30 | οὓς δὲ προώρισεν τούτους καὶ ἐκάλεσεν· καὶ οὓς ἐκάλεσεν τούτους καὶ ἐδικαίωσεν· οὓς δὲ ἐδικαίωσεν τούτους καὶ ἐδόξασεν | En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft die heeft Hij ook geroepen en hen die Hij geroepen heeft die heeft Hij ook gerechtvaardigd en hen die Hij gerechtvaardigd heeft die heeft Hij ook verheerlijkt. |
Deze heerlijkheid is, zie 8:30, het einddoel waarheen Gods geloofskinderen en Israel op weg zijn.
- Genadegaven en Verkiezing. In 8:29 lezen we van Israel dat zij vijanden zijn vanwege ons; er staat niet vijanden van God, maar vijanden van het evangelie. Zij zijn namelijk geliefden van GHod vanwege de vaderen. Van verkiezing horen wij in 11:28 en in 8:33. Ook hier weer twee begrippen die zowel op Israel als op de volgelingen van Jezus uit de volken betrekking hebben.
- Roeping. Het begrip roeping komen wij ook tegen in H8 (vs28-30) en in H11 (vs29). Deze hoofdstukken horen samen gelezen te worden om de rijkdom van Gods onberouwelijke roeping te zien, die zowel de gelovegien betreft als Israel.
- Liefde. Ook en vooral het begrip liefde vinden wij in H8 en in H11. Gods liefde voor Zijn volk, gefundeerd op de Messias, betreft Zijn volk voortgekomen uit de uitverkoren vaderen en Zijn volk dat door geloof in de Messias erbij gekomen is.
- Eerstelingen. Eerstelingen (11:16) is het woord dat Paulus gebruikt voor Joden die in zijn en onze tijd in de Here Jezus geloven.
BOEK | HFD | VS | TR | SV |
|---|---|---|---|---|
ROM | 8 | 16 | αὐτὸ τὸ πνεῦμα συμμαρτυρεῖ τῷ πνεύματι ἡμῶν ὅτι ἐσμὲν τέκνα θεοῦ | Dezelve Geest getuigt met onzen geest dat wij kinderen Gods zijn. |
ROM | 8 | 17 | εἰ δὲ τέκνα καὶ κληρονόμοι· κληρονόμοι μὲν θεοῦ συγκληρονόμοι δὲ Χριστοῦ εἴπερ συμπάσχομεν ἵνα καὶ συνδοξασθῶμεν | En indien wij kinderen zijn zo zijn wij ook erfgenamen erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. |
ROM | 8 | 18 | Λογίζομαι γὰρ ὅτι οὐκ ἄξια τὰ παθήματα τοῦ νῦν καιροῦ πρὸς τὴν μέλλουσαν δόξαν ἀποκαλυφθῆναι εἰς ἡμᾶς | Want ik houde het daarvoor dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid die aan ons zal geopenbaard worden. |
Met het gebruik van deze term onderstreept Paulus dat de rest zal volgen. Dit ‘overblijfsel’ is niet om aan te geven dat de rest aan de kant is gezet, maar wordt gepresenteerd als garantie dat de rest zal volgen.
Het bijbelboek vormt een geheel en het gaat om het grote plan dat God heeft waarin Israel een centrale rol speelt en het verwerpen van de Messias door Israel past in het plan dat God met de gehele schepping heeft. Deze verwerping is niet het laatste wat van Israel gezegd kan worden, want in Gods het loopt erop uit dat ‘heel Israel zalig zal worden’ (11:26).
Ter bespreking
- Vragen, opmerkingen?
- Heeft dit hoofdstuk nieuwe inzichten gegeven?
- Hoe zou jij het hoofdthema van de Romeinenbrief in enkele zinnen samenvatten?
- Op p.121 schrijft Kinzer n.a.v. de tekst Want als God de natuurlijke takken niet gespaard heeft zal Hij ook u niet sparen:
Het lijkt erop dat het niet simpelweg volledig aanvaarden van Jezus door het Joodse volk in die eerste eeuw, nauw verbonden was met uitgerekend het offer van Jezus Zelf. Hoe kijk je daar tegenaan?