3 Israel in de Ecclesia - Efezebrief
De veelgebruikte uitdrukking ‘kerk en synagoge’ suggereert dat kerk en synagoge twee niet overlappende begrippen zijn. Een onjuiste suggestie, daarom wordt in dit hoofdstuk het woord ecclesia, de transcriptie van het woord ἐκκλησια, gebruikt als vertaling van dit woord in plaats van de gebruikelijke vertaling kerk of gemeente.
De Efezebrief leert niet dat in de ecclesia het onderscheid tussen Jood en niet-Jood is opgeheven, maar juist het tegendeel.
Opbouw van eerste drie hoofdstukken
De stijlfiguur van de eerste drie hoofdstukken is die van een chiasme1 met deze opbouw:
- A Lofprijzing, gezegend zij de God en Vader (1:3-14)
- B Gebed om wijsheid en kracht (1:15-23)
- C Heidenen en Joden opgewelt tot Leven (2:1-10)
- D De Messias is onze Vrede (2:11-22)
- C1 Heiden en Joden verzoend in de Messias (3:1-13)
- C Heidenen en Joden opgewelt tot Leven (2:1-10)
- B1 Gebed om wijsheid en kracht vervolg (3:14-19)
- B Gebed om wijsheid en kracht (1:15-23)
- A1 Lofprijzing, Hen zij de heerlijkheid (3:20-21)
Het hart van dit chiasme is het onder D vermeldde, hieruit zijn vier gevolgtrekkingen te maken:
- vs11-12; wat de heidenen vroeger niet hadden (verbonden der belofte etc.), had Israel wel; in het bijzonder de Messias
- Paulus is in deze brief heel zorgvuldig met gebruik van persoonlijke voornaamwoorden, voor Israel gebruikt hij 1e persoon meervoud (wij/ons) voor de heidenen 2e persoon meervoud (jullie)
- vs19-22; het woord medeburgers (en aanverwante begrippen), maakt duidelijk dat de heidenen samen met de Joden deel uit maken van de ecclesia; een hoofdgedachte in de brief
- vs19-22; de heidenen zijn medeleden samen met de heiligen; in deze brief bedoelt Paulus met ‘heiligen’ de Joden, i.h.b. de Joden in de ecclesia
Efeze 1 opnieuw gelezen
Efeze 1 lezend vanuit het hierboven geschetste perspectief leidt tot de volgende conclusies:
- de zegenbede (1:3vv ‘Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus etc’) gaat over wat God Israel gegeven heeft; het gaat hier over de uitverkiezing van Israel, over de aanneming tot zonen van Israel - het woord ‘heiligen’ in vers 1 heeft betrekking op Israel
- ook de zin “In Hem hebben wij de verlossing door Zijn bloed etc” heeft betrekking op Israel; ofwel op het in Jezus gelovende deel, ofwel op Israel als uitverkoren volk in het algemeen
- het doel van de verkiezing van Israel is het ‘alle dingen onder één hoofd samenbrengen’ (1:11)
- ook vs12 bevestigd dat ‘wij’ in dit gedeelte betrekking heeft op de Joden, dat is immers het volk dat al eerder de hoop op de Messias gevestigd had
De uitverkiezing van Israel voor de grondlegging van de wereld, wordt concreet in de roeping van Abraham, Gods plan betreft het herstel van alle dingen, de hele kosmos. In het eerste hoofdstuk komen de heidenen niet eerder dan in vs13 (“In Hem bent ook u etc.) in beeld. De uitbreiding van het uitverkoren volk met de gelovigen uit de volken is een stap in Gods plan, een voorsmaak van wat uiteindelijk komt, alle dingen onder de Messias.
Ter bespreking
- Vragen, opmerkingen?
- Heeft dit hoofdstuk nieuwe inzichten gegeven?
- Wat is het gevolg voor ons, gelovigen uit de heidenen, van de lezing van de eerste hoofdstukken uit Efeze die Kinzer voorstaat?
zie https://www.christipedia.nl/wiki/Chiasme voor uitleg en voorbeeld van een chiastische stijlfiguur↩︎