III Christelijk leven
1. De drie onderdelen van de moraal
Moraal is gegeven als gebruiksaanwijzing voor het leven en kent drie aspecten: (1) het voorkomen van verstoring in intermenselijke verhoudingen, (2) vorming van de individuele mens en (3) de richting waarin de menselijke samenleving zich dient te ontwikkelen. De leidende gedachte in de huidige maatschappij is dat moraal zich beperkt tot het eerst genoemde punt, of iets goed of kwaad is wordt alleen afgemeten aan het wel of neit iemand anders kwaad doen. Dit leidt tot het verbeteren van een maatschappij, zonder aandacht voor de deelnemers aan deze maatschappij; als deze deelnemers niet deugen, vinden ze altijd weer wegen om het eigenbelang te volgen en koste van anderen.
Het veronachtzamen van het derde genoemde punt is eveneens desastreus. Geen zicht hebben op het vooruitzicht van eeuwig leven voor de individuele mens, leidt tot een oraal waarbij de staat en/of beschaving belangrijker zijn dan het individu, terwijl vanuit een moraal gericht op het eeuwig voortbestaan van het individu tot de tegengestelde conclusie leidt. Juist het verschil van inzicht tot dit derde punt leidt tot verschillen in morele principes.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen n.a.v. dit hoofdstuk.
- Hoe moeten wij ons opstellen in een samenleving als de Nederlandse, gezien de verschillende visies op wat bepalend is voor de moraal (zie de drie door Lewis genoemde punten)?
- Hebben wij het recht om morele principes aan een samenleving op te leggen op basis van het tweede (de vorming van de individuele mens) en derde (de richting waar wij naar toe op weg zijn gezien vanuit de bijbelse leer) door Lewis genoemde uitgangspunt voor moraal?
2. De ‘kardinale’ deugden
Een andere - klassieke - dan in het voorgaande hoofdstuk gebezigde indeling van de moraal is in vier ‘kardinale’ en drie ‘theologale’ deugden.
De vier kardinale deugden:
- Prudentia - voorzichtigheid Voorzichtigheid heeft te maken met verstandelijke nuchterheid. Een volgeling van Christus schakelt zijn verstand niet uit, integendeel. Hij is bijvoorbeeld vrijgevig, maar houdt wel in de gaten wat de ontvanger met de ontvangsten doet. Je hoeft geen intelectueel te zijn om christen te worden, het leven als christen heeft wel zeker invloed op de ontwikkeling van het verstand.
- Temperantia - matigheid Matigheid betekent niet onthouding (onthouding kan voor een individuele christen, al dan niet voor onbepaalde tijd goed zijn, dezelfde onthouding op leggen aan anderen is dat niet), maar betekent grenzen in acht nemen en niet verder gaan dan goed is. Dit heeft betrekking op een zeer breed scala aan goede dingen in het leven.
- Justitia - rechtvaardigheid Rechtvaardigheid betreft eerlijkheid, ‘ja betekent ja, nee betekent nee’, nakomen van beloftes etc.
- Fortitudo - dapperheid Dapperheid heeft betrekking op moed en op doorzetting in moeilijke omstandigheden; deze eigenschap is vereist voor elk van de hierboven genoemde deugden
Een kanttekning: het gaat bij deugden niet zozeer om het doen van een ‘deugdeljke’ daad, maar om ontwikkeling van een ‘deugdelijk’ karakter waar deze daden uit voortkomen. Niet het voldoen aan de regels is Gods doel, maar deze karakterontwikkeling. Zo’n karakter bereidt voor op de eeuwige bestemming, een situatie waarin het zonder de deugdelijke karaktereigenschappen niet uit te houden is.
Ter bespreking
- Vragen, opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Was je bekend met deze vier kardinale deugden?
- Ooit eerder bedacht dat de de ontwikkeling van de deugden in je karakter nodig is voor het leven in het hiernamaals? Ben je het hierin met Lewis eens?
4. Moraal en psychoanalyse
Dat een christelijke samenleving een verwegliggend ideaal lijkt te zijn, ontslaat ons niet van de verplichting te werken aan verbetering van de maatschappij, in het bijzonder door (1) de vraag te beantwoorden wat de gulden regel in onze situatie betekent en (2) te veranderen in een mens die het antwoord toepast.
De christelijke moraal richt zich op het tweede genoemde punt, verandering van de mens. Psychoanlayse heeft hetzelfde doel. Hoe verhouden deze twee zich?
Psycho-analyse is bruikbaar voor waar het gaat om genezing van abnormale gevoelens die door geestelijke scheefgroei zijn ontstaan. Psycho-analyse is niet het instrument om een mens in moreel opzicht te laten groeien.
Morele beoordeling van een mens is niet op basis van iemands daden, maar op basis van de morele beslissingen die iemand moest nemen om tot deze daden te komen gezien wat hij in zijn leven heeft meegekregen en meegemaakt. Dezelfde daad kan voor de een een moedige morele daad zijn en voor de ander heel gewoon. Gods oordeel zal, als de ware kern van mensen zichtbaar wordt, de genomen beslissingen gezuiverd van wat een mens meegekregen heeft, verrassend zijn.
Gods moraliteit wordt niet zichtbaar in een set regels waarbij gehoorzamen tot beloning leidt. Het is veeleer zo, dat elke morele beslissing onze diepste kern vormt, zodat deze kern evolueert ofwel tot meer gelijkenis op God ofwel tot een grotere afstand tot wat Hij bedoeld heeft. Wie zich ontwikkeld naar Gods beeld, neemt daarbij toe in kennis van goed en kwaad, voor wie zich in tegengestelde richting ontwikkeld vervaagd het onderscheid tussen beide.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Ben je het met Lewis eens daar waar het gaat over hoe God zal oordelen, niet zozeer op basis van daden, maar veeleer op basis van de morele moed die nodig was voor deze daden?
- Zo ja, betekent dit dat wij ‘de rechtvaardige daden van de heiligen’ (zie Openbaring 19:8) ook vanuit dit gezichtsunt moeten interpreteren.
5. Seksuele moraal
Eerbaarheid en christelijk moreel gedrag op terrein van seksualiteit - kuisheid - zijn verschillende zaken. Eerbaarheid is sterk cultureel bepaald. De christelijke kuisheidsregel luidt Of een huwelijk, met volledige trouw aaan je partner, of anders totale onthouding. (p.99) Deze regel gaat zodanig in tegen het menselijke instinct, dat geconcludeerd kan worden dat ofwel de regel niet klopt ofwel het menselijk instinct in deze een verkeerde afslag heeft genomen. Dat het laatste het geval is, blijkt bijvoorbeeld als het vergeleken wordt met eten. Eten is nodig voor ons lichaam. Als de seksuele begeerte en de begeerte naar eten de vrije hand wordt gelaten, ontspoort de eerste in veel ernstiger mate dan de tweede. Of bedenk dat de aantrekkingskracht van een seksueel prikkelende voorstelling veel groter is dan die van een eetlustopwekkende voorstelling. De redenering dat onderdrukking van de seksuele moraal en het zwijgen over seksualiteit juist de overbegeeerte ernaar opwekt, is inmiddels door de maatschappelijke ontwikkelingen geloochenstraft: het veel vrijer spreken over seks en het overal aanwezig zijn van seksueel prikkelende beelden, heeft niet tot afname van seksuele begeerte geleid, eerder tot meer excessen.
Voor het christelijk geloof is sexualiteit niet iets om voor te schamen, de verwording van de sexualiteit in onze samenleving - de obsessie ervoor, de commerciële uitbuiting ervan - is dat wel. Dat van seksualiteit binnen bijbelse kaders genoten mag worden betekent niet dat elke drang tot geslachtsverkeer normaal is. Zelfbeheersing is voor (vrijwel) elke vorm van geluk een randvoorwaarde; sowieso leidt niet beheersen van natuurlijke driften tot de ondergang van een mens.
Het beheersen van sexuele begeerten mag een onmogelijke opdracht lijken, het is wel een bijbels morele opdracht. Een opdracht waar alleen met Gods hulp aan te voldoen is, hulp die zich onder andere aandient in de kracht te blijven proberen naar zijn morele norm te leven, ook al is dat al struikelend.
Hoewel onkuisheid zich opdringt en altijd veel aandacht krijgt in de christelijke leer over moraliteit, betreft dit niet de kern van de christelijke moraal. Deze kern heeft te maken met duivelse hoogmoed in de mens die zich uit in zich verheffen boven medegelovigen.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Lewis hield de toespraken waarop dit boek gebaseerd is in de jaren 1940. Bewijzen de ontwikkelingen sindsdien zijn gelijk of ongelijk?
3. Sociale moraal
CHristus vatte de social moraal samen door de Gulden Regel: Doe wat u wilt dat de mensen u doen. Dit is geen nieuwe regel, maar een regel die iedereen ten diepste wel kent.
Ten tweede, de christelijke moraal is geen uitgewerkt politiek programma. Wat toepassing van de gulden regel in de praktijk betekent, verschilt per plaats en/of tijd. Zoals met veel wat de bijbel leert, is wat dat betekent situatie afhankelijk en voor invulling van bijbelse principes moeten we onze ‘normale’ kennis inzetten (‘voed de hongerigen’ betekent niet dat de bijbel kookles geeft). Toepassing van de bijbelse principes is de taak van de gelovigen in het onderwijs, de politiek, de economie etc. Het is niet de taak van de voorgangers om politiek te bedrijven, juist niet. Voorgangers zijn belast met zorg voor de hen toevertrouwde gemeente en niet met politiek bedrijven, christelijke boeken schrijven of ander werk dat door leken christenen gedaan moet worden.
De bijbel geeft gemoeg richtlijnen voor de inrichting van een christelijke maatschappij. Zorg voor de armen, geen klaploperij, geen onzinnige luxe, ontzag voor wie boven ons gesteld zijn, geen rente vraggen etc. Het probleem met ons mensen is, dat we het ene punt toejuichen en het andere juist achterhaald vinden. Wij zoeken in de Schrift geen Meester, maar een supporter van onze eigen (politieke) ideeën. Op deze manier komen wijniet tot een christelijke maatschappij, ofwel beginnen met een sociale moraal brengt zo’n maatschappij niet dichterbij, zolang wij niet daadwerkelijke volgelingen van Christus zijn die daadwerkelijk een christelijke maatschappijn willen. Daadwerkelijk christenen zijn zij die de naaste liefhebben als zichzelf, omdat ze God lief hebben boven alles.
Ter bespreking