III Christelijk leven
1. De drie onderdelen van de moraal
Moraal is gegeven als gebruiksaanwijzing voor het leven en kent drie aspecten: (1) het voorkomen van verstoring in intermenselijke verhoudingen, (2) vorming van de individuele mens en (3) de richting waarin de menselijke samenleving zich dient te ontwikkelen. De leidende gedachte in de huidige maatschappij is dat moraal zich beperkt tot het eerst genoemde punt, of iets goed of kwaad is wordt alleen afgemeten aan het wel of niet iemand anders kwaad doen. Dit leidt tot het verbeteren van een maatschappij, zonder aandacht voor de deelnemers aan deze maatschappij; als deze deelnemers niet deugen, vinden ze altijd weer wegen om het eigenbelang te volgen ten koste van anderen.
Het veronachtzamen van het derde genoemde punt is eveneens desastreus. Geen zicht hebben op het vooruitzicht van eeuwig leven voor de individuele mens, leidt tot een moraal waarbij de staat en/of beschaving belangrijker zijn dan het individu, terwijl een moraal gericht op het eeuwig voortbestaan van het individu tot de tegengestelde conclusie leidt. Juist het verschil van inzicht met betrekking tot dit derde punt leidt tot verschillen in morele principes.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen n.a.v. dit hoofdstuk.
- Hoe moeten wij ons opstellen in een samenleving als de Nederlandse, gezien de verschillende visies op wat bepalend is voor de moraal (zie de drie door Lewis genoemde punten)?
- Hebben wij het recht om morele principes aan een samenleving op te leggen op basis van het tweede (de vorming van de individuele mens) en derde (de richting waar wij naar toe op weg zijn gezien vanuit de bijbelse leer) door Lewis genoemde uitgangspunt voor moraal?
2. De ‘kardinale’ deugden
Een andere - klassiekere - dan in het voorgaande hoofdstuk gebezigde indeling van de moraal is in vier ‘kardinale’ en drie ‘theologale’ deugden.
De vier kardinale deugden:
- Prudentia - voorzichtigheid
Voorzichtigheid heeft te maken met verstandelijke nuchterheid. Een volgeling van Christus schakelt zijn verstand niet uit, integendeel. Hij is bijvoorbeeld vrijgevig, maar houdt wel in de gaten wat de ontvanger met de ontvangsten doet. Je hoeft geen intellectueel te zijn om christen te worden, het leven als christen heeft wel zeker invloed op de ontwikkeling van het verstand. - Temperantia - matigheid
Matigheid betekent niet onthouding (onthouding kan voor een individuele christen, al dan niet voor onbepaalde tijd goed zijn, dezelfde onthouding opleggen aan anderen is dat niet), maar betekent grenzen in acht nemen en niet verder gaan dan goed is. Dit heeft betrekking op een zeer breed scala aan goede dingen in het leven. - Justitia - rechtvaardigheid
Rechtvaardigheid betreft eerlijkheid, ‘ja betekent ja, nee betekent nee’, nakomen van beloftes etc. - Fortitudo - dapperheid
Dapperheid heeft betrekking op moed en op doorzetting in moeilijke omstandigheden; deze eigenschap is vereist voor elk van de hierboven genoemde deugden
Een kanttekening: het gaat bij deugden niet zozeer om het doen van een ‘deugdeljke’ daad, maar om ontwikkeling van een ‘deugdelijk’ karakter waar deze daden uit voortkomen. Niet het voldoen aan de regels is Gods doel, maar deze karakterontwikkeling. Zo’n karakter bereidt voor op de eeuwige bestemming, een situatie waarin het zonder de deugdelijke karaktereigenschappen niet uit te houden is.
Ter bespreking
- Vragen, opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Was je bekend met deze vier kardinale deugden?
- Ooit eerder bedacht dat de ontwikkeling van de deugden in je karakter nodig is voor het leven in het hiernamaals? Ben je het hierin met Lewis eens?
4. Moraal en psychoanalyse
Dat een christelijke samenleving een ver weg liggend ideaal lijkt te zijn, ontslaat ons niet van de verplichting te werken aan verbetering van de maatschappij, in het bijzonder door (1) de vraag te beantwoorden wat de gulden regel in onze situatie betekent en (2) te veranderen in een mens die het antwoord toepast.
De christelijke moraal richt zich op het tweede genoemde punt, verandering van de mens. Psycho-analyse heeft hetzelfde doel. Hoe verhouden deze twee zich?
Psycho-analyse is bruikbaar voor waar het gaat om genezing van abnormale gevoelens die door geestelijke scheefgroei zijn ontstaan. Psycho-analyse is niet het instrument om een mens in moreel opzicht te laten groeien.
Morele beoordeling van een mens is niet op basis van iemands daden, maar op basis van de morele beslissingen die iemand moest nemen om tot deze daden te komen gezien wat hij in zijn leven heeft meegekregen en meegemaakt. Dezelfde daad kan voor de een een moedige morele daad zijn en voor de ander heel gewoon. Gods oordeel zal, als de ware kern van mensen zichtbaar wordt en de genomen beslissingen gezuiverd zijn van wat een mens meegekregen heeft, verrassend zijn.
Gods moraliteit wordt niet zichtbaar in een set regels waarbij gehoorzamen tot beloning leidt. Het is veeleer zo, dat elke morele beslissing onze diepste kern vormt, zodat deze kern evolueert ofwel tot meer gelijkenis op God ofwel tot een grotere afstand tot wat Hij bedoeld heeft. Wie zich ontwikkelt naar Gods beeld, neemt daarbij toe in kennis van goed en kwaad, voor wie zich in tegengestelde richting ontwikkeld vervaagd het onderscheid tussen beide.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Ben je het met Lewis eens daar waar het gaat over hoe God zal oordelen, niet zozeer op basis van daden, maar veeleer op basis van de morele moed die nodig was voor deze daden?
- Zo ja, betekent dit dat wij ‘de rechtvaardige daden van de heiligen’ (zie Openbaring 19:8) ook vanuit dit gezichtsunt moeten interpreteren.
5. Seksuele moraal
Eerbaarheid en christelijk moreel gedrag op terrein van seksualiteit - kuisheid - zijn verschillende zaken. Eerbaarheid is sterk cultureel bepaald. De christelijke kuisheidsregel luidt Of een huwelijk, met volledige trouw aan je partner, of anders totale onthouding. (p.99) Deze regel gaat zodanig in tegen het menselijke instinct, dat geconcludeerd kan worden dat ofwel de regel niet klopt ofwel het menselijk instinct in deze een verkeerde afslag heeft genomen. Dat het laatste het geval is, blijkt bijvoorbeeld als het vergeleken wordt met eten. Eten is nodig voor ons lichaam. Als de seksuele begeerte en de begeerte naar eten de vrije hand worden gelaten, ontspoort de eerste in veel ernstiger mate dan de tweede. Of bedenk dat de aantrekkingskracht van een seksueel prikkelende voorstelling veel groter is dan die van een eetlustopwekkende voorstelling. De redenering dat onderdrukking van de seksuele moraal en het zwijgen over seksualiteit juist de overbegeeerte ernaar opwekt, is inmiddels door de maatschappelijke ontwikkelingen geloochenstraft: het veel vrijer spreken over seks en het overal aanwezig zijn van seksueel prikkelende beelden, heeft niet tot afname van seksuele begeerte geleid, eerder tot meer excessen.
Voor het christelijk geloof is seksualiteit niet iets om zich voor te schamen, de verwording van de seksualiteit in onze samenleving - de obsessie ervoor, de commerciële uitbuiting ervan - is dat wel. Dat van seksualiteit binnen bijbelse kaders genoten mag worden betekent niet dat elke drang tot geslachtsverkeer normaal is. Zelfbeheersing is voor (vrijwel) elke vorm van geluk een randvoorwaarde; sowieso leidt niet beheersen van natuurlijke driften tot de ondergang van een mens.
Het beheersen van seksuele begeerten mag een onmogelijke opdracht lijken, het is wel een bijbels morele opdracht. Een opdracht waar alleen met Gods hulp aan te voldoen is, hulp die zich onder andere aandient in de kracht te blijven proberen naar zijn morele norm te leven, ook al is dat al struikelend.
Hoewel onkuisheid zich opdringt en altijd veel aandacht krijgt in de christelijke leer over moraliteit, betreft dit niet de kern van de christelijke moraal. Deze kern heeft te maken met duivelse hoogmoed in de mens die zich uit in zich verheffen boven medegelovigen.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Lewis hield de toespraken waarop dit boek gebaseerd is in de jaren 1940. Bewijzen de ontwikkelingen sindsdien zijn gelijk of ongelijk?
6. Het christelijk huwelijk
Hoewel kerken verschillen van mening hebben over zaken die verband houden met het huwelijk - bijvoorbeeld of en zo ja in welke situatie echtscheiding is toegestaan - is er op dit terrein meer waarin vooral overeenstemming is. Overeenstemming is erover dat de huwelijksbelofte in de kerk een belofte voor het leven betekent. Het verbinden van deze belofte met de duur van verliefdheid - ofwel als de verliefdheid over is of als verliefdheid voor een ander sterker is, dan kan de belofte verbroken worden - is in strijd met de christelijke huwelijksleer. Verliefdheid kan niet de basis zijn voor een levenslang huwelijk, aangezien verliefdheid een gevoel is en gevoelens geen basis kunnen zijn voor een belofte. Een belofte betreft iets wat een mens belooft te doen, beloven altijd dezelfde gevoelens te behouden is een onzinnige belofte. Verliefdheid is iets moois, een emotie die als een explosie een huwelijk van start kan doen gaan, maar om de christelijke huwelijksbelofte gestand te doen is het nodig dat verliefdheid overgaat in liefde: een diepe eenheid, instandgehouden door de wil en opzettelijk verstevigd door gewoonte; versterkt (in een christelijk huwelijk) door de genade die beide partners ontvangen van God. (p.112)
Daarbij eindigt een leven dat geleefd wordt op basis van opwindende gevoelens - en dat geldt niet slechts verliefdheid - en deze niet kanaliseert, als een ontgoocheld mens die gevoelens probeert vast te houden terwijl die naar de natuurlijke gang van zaken, in de loop der tijd zwakker worden.
Het is overigens niet realistisch om als christen de bijbelse visie over huwelijk en echtscheiding op te willen leggen aan niet christenen. Je kunt van iemand die geen christen is niet verwachten wel een christelijk leven te leiden.
De bijbel biedt nog een principe om een huwelijk te bestendigen: de man de rol als hoofd toebedelen. Dat betekent dat in situaties waarin man en vrouw er niet samen uitkomen wat een juiste beslissing is, de man de rol krijgt om de knooop door te hakken. Dat deze rol aan de man wordt gegeven, heeft te maken met verschil tussen vrouw en man. Dit verschil wordt in de maatschappij ook zo ervaren wat blijkt over hoe wordt aangekeken tegen een huwelijk waarin de rollen andersom zijn.
Een andere reden de keuze voor de man als hoofd van het gezin is de relatie met de buitenwereld, de vrouw is meer geneigd het voor haar eigen gezin op te nemen, de man wordt geacht een situatie wat meer objectief te (kunnen) bekijken.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Lewis stelt dat van niet-christenen niet verwacht mag worden dat zij de principes van een christelijk huwelijk eerbiedigen? Wat voor een huwelijk geldt, geldt ook voor andere christelijke zienswijzes. Ben je het met Lewis eens? Wat betekent dit voor christelijke politiek.
- Is Lewis in zijn visie over de rol van man en vrouw in het huwelijk een kind van zijn tijd?
7. Vergeving
Het wellicht voor mensen moeilijkste morele christelike principe, is het principe van vergeving. Uit de woorden van de Here Jezus ‘vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ blijkt dat het een centraal geloofspunt is, het is de enige manier die genoemd wordt om zelf vergeving te krijgen. Een mooi idee, totdat het erop aankomt en ons iets ernstigs is aangedaan en vergeving betekent het vergeven van onze vijanden. Een moeilijke opdracht en het is raadzaam met eenvoudige toepassingen te beginnen.
Van belang is verder dat het gebod luidt je naaste lief te hebben als jezelf. Je houdt niet van jezelf vanwege je daden of omdat je jezelf aardig vindt, maar jezelf aardig vinden komt omdat je jezelf liefhebt. Je vergeeft jezelf je verkeerde daden waar je zelf een afkeer van hebt in de hoop dat het je gedrag in de toekomst verbetert. Zo worden wij ook geacht naar onze vijanden te kijken, met spijt over de daden die zij gedaan hebben in de hoop dat zij hun leven zullen beteren.
Dit betekent overigens niet dat verkeerde daden niet bestraft hoeven te worden, integendeel. De rechter dient verkeerde daden te beoordelen en de verdachte te veroordelen waarbij ook de doodstraf niet is uitgesloten. Doden mag als dat nodig is, haten niet. Straf is niet verkeerd, genoegen daarin vinden is dat wel. Nooit mogen wij de wens opgeven dat het in de toekomende wereld goed met een veroordeelde zal gaan. Straffen dienen erop gericht te zijn iemand geschikter te maken voor het eeuwige leven.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk.
- Wat ik niet begrijpen kan is dat soort semi-pacifisme van tegenwoordig waarvan de mensen het idee krijgen dat je weliswaar moet vechten maar dat je het met een lang gezicht moet doen alsof je je ervoor moet schamen. Dat gevoel berooft prachtige jonge christenen in militaire dienst van iets waar zij recht op hebben, van een soort uitgelatenheid en oprechtheid die van nature samengaat met moed. (p121-122) Hoe kijk je aan tegenover wat Lewis hier stelt?
- Is iemand die iets ernstigs is aangedaan confronteren met de boodschap van vergeving zoals in dit hoofdstuk verwoord, de juiste pastorale zorg?
8. De grote zonde
Hoogmoed is in het christelijk denken de grootste zonde. Hierin onderscheidt het christelijk denken over goed en fout zich van elk andere deugdenleer. Hoogmoed wordt aangedreven door wedijver, meer willen bezitten, meer kennis hebben, beter kunnen leren, …, dan de ander. Hoogmoed is de wortel van het kwaad, is niet tevreden met meer dan genoeg hebben en zal zolang er iemand is die meer heeft van waar de hoogmoed zich op richt, ieders vijand zijn. En ten diepste is hoogmoed vijandschap tegen God. Hoogmoed vindt zijn oorsprong ook niet in dierlijke instincten zoals andere ondeugden, maar in de duivel.
Hoogmoed is een geestelijke ziekte die goede morele eigenschappen als liefde, zelfopoffering etc. langzamerhand opvreet.
Tegenover hoogmoed staat de christelijke deugd van nederigheid, de ander uitnemender achten.
Om misverstand te voorkomen, plezier hebben in een compliment is geen hoogmoed. Iets goed gedaan hebben en daar een compliment voor ontvangen is prima, hoogmoed is een compliment gebruiken als aanleiding om zichzelf boven anderen te verheffen. Netzomin is trots zijn op een zoon, dochter, vader, moeder, … , in de zin van oprechte bewondering hebben voor, verkeerd.
Trots en hoogmoed zijn overigens geen bedreiging of belediging voor God Zelf. Het doel van onze opvoeding in nederigheid is klaargemaakt worden voor onze ontmoeting met Hem, dat is het moment dat we al onze hoogmoed afleggen en uiteindelijk echt verlost zijn van onze pronkzucht.
Tot slot, een nederig persoon is niet een vrome kwezel. Pronken over nederigheid is een vorm van hoogmoed, voor een werkelijk nederig persoon is nederigheid geen onderwerp om zich mee bezig te houden.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Ben je het met Lewis eens dat hoogmoed een ernstiger zonde is dan zonden als hebzucht, onkuisheid, onmatigheid e.a.?
- Waaraan herken je iemand die hoogmoedig is?
- Waaraan herken je iemand die nederig is?
9. Liefde
De drie theologale deugden (zie paragraaf III.2) zijn Fides (geloof), Spes (hoop) en Caritas (liefde). Onderdeel van de liefde is vergeving (paragraaf III.7). In deze paragraaf komen andere aspecten aan de orde.
Caritas1 is een latijns woord dat liefde betekent. Het Engelse woord charity is ervan afgeleid. Van dit woord is de betekenis afgevlakt tot liefdadigheid.
Liefde/liefhebben zijn in de bijbel geen emotioneel geladen begrippen, ze hebben te maken met de menselijke wil. Zo is caritas niet een gevoel, betekent het niet iemand aardig vinden, maar is de betekenis het goede voor hebben met iemand en daarnaar handelen. Natuurlijke genegenheid is goed, hoewel soms op gespannen voet met liefde geven, moet gestimuleerd worden. De gedachte dat het opwekken/stimuleren van dergelijke natuurlijke gevoelens tot liefdedaden leidt is een misvatting. Het is andersom, liefdedaden ook als je die doet vanuit een houding alsof je iemand genegenheid toedraagt, doet gevoel van genegenheid toenemen.
Het verschil tussen wereldse mensen en christenen als het om caritas gaat: De wereldse mens behandelt sommige mensen vriendelijk omdat hij ze ‘aardig vindt’; de christen merkt, door te proberen iedereen vriendelijk te behandelen, dat hij hoe langer hoe meer mensen aardig gaat vinden - waaronder mensen van wie hij zich in het begin niet kon voorstellen dat hij ze ooit aardig zou vinden. (p.133-134)
De keerzijde is dat wat voor liefde geldt, ook voor wreedheid geldt. Hoe wreder de daden tegen iemand of tegen een groep, hoe groter de haat wordt en hoe groter de haat, hoe wreder de daden.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Zie het citaat hierboven van p.133-134. Is dit een oorzaak-gevolg relatie die alleen voor christenen geldt of kan een seculier hulpverlener dit ook aan hulpvragers adviseren?
- Geen mens kan altijd vrome gevoelens hebben; en al konden we dat wel, gevoelens zijn voor God niet de voornaamste zorg. (p134-135) Staan de teksten van sommige opwekkingsliederen hiermee niet op gespannen voet, denk bijvoorbeeld aan 488 De kracht van Uw liefde?
10. Hoop
Hoop is een christelijke deugd die zich richt op de toekomende wereld. De geschiedenis van de kerk laat zien dat dit niet betekent dat een op hoop gericht christendom geen betekenis heeft voor de huidige wereld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ziekenzorg en afschaffing slavenhandel. Juist gerichtheid op de hemelse hoop had deze effecten. Een kerk die op deze wereld gericht is, bereikt doorgaans niets meldenswaardig. Evenals gericht zijn op gezondheid geen gezondheid brengt, gericht zijn op goede voeding en beweging heeft meer effect.
Moeite met de hemel komt voort uit de focus in onze maatschappij op de huidige wereld. We onderkennen verlangens naar de hemel niet meer. De meeste mensen kennen wel verlangens die in deze wereld niet vervuld kunnen worden, maar denken daar te weinig over na. En bij verlangens die we wel menen te vervullen met aardse zaken, blijft de vervulling achter bij wat we verwacht hadden.
Er zijn drie manieren om dit te verklaren: (1) de domme manier, (2) de manier van de gedesillusionneerde gevoelige mens en (3) de christelijke manier. De domme manier is om de schuld te geven aan de manier die geprobeerd werd en het dan op een andere manier te proberen (trouwen met een andere partner, andere vakantieland etc.). De tweede manier betekent erbij neerleggen dat verlangens niet werkelijk vervuld kunnen worden en dat beschouwen als volwassen worden. De christen daarentegen redeneert dat verlangens niet uit de lucht komen vallen en vervulling mogelijk is, zoals de honger van een baby gestild kan worden of de seksuele verlangens van een mens. Als er verlangens zijn die niet vervuld kunnen worden, dan is de meest waarschijnlijke verklaring dat ze gemaakt zijn voor het leven in een andere wereld. Het niet vervuld worden van onze verlangens in deze wereld, zou ons bij de les moeten houden in ons verlangen naar de toekomende. Zonder daarbij de dankbaarheid voor wat wij hier al wel ontvangen na te laten.
We hoeven ons niet van de wijs te laten brengen door mensen die de spot drijven met de hemel omdat zij de symbolische beschrijvingen van wat niet te beschrijven is - muziekinstrumenten, kronen, goud - letterlijk nemen. Zij zouden zich over teksten voor volwassenen die ze niet begrijpen van commentaar moeten onthouden.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Wat doe je om de christelijke hoop op de wereld die komt levend te houden in jouw leven?
- Herken je wat Lewis beweert als hij schrijft dat gericht zijn op de hemel effect heeft op aarde (en niet andersom)?
11. Geloof
Het woord ‘geloof’ kent verschillende betekenissen. De eerste is ‘iets voor waar aannemen’. Nu kan dat op zich nooit een deugd genoemd worden. We nemen iets voor waar aan als we door redenering overtuigd zijn dat het waar is. Geloof nu is, aan de waarheid die we zo ontdekt hebben vasthouden ook als er gevoelens of verlangens zijn die ons daarvan af proberen te brengen. Bijvoorbeeld het geloof dat het goed is eerlijk te zijn, kan in een situatie waarin je door oneerlijkheid een persoonlijk voordeel kunt behalen, onder druk staan.
Met het christelijk geloof is dit net zo. Iemand opdringen iets te aanvaarden dat hem/haar eerlijk als niet juist voorkomt, heeft niets met geloof te maken. Bij geloof gaat het erom, na de christelijke leer op goede gronden aanvaard te hebben als juist, dit vast te houden als er gevoelens of verlangens opkomen die daarmee in strijd zijn (zoals oneerlijk voordeel behalen of begeerte naar wat van een ander is). De deugd van geloof is dat dergelijke gevoelens en verlangens weerstaan worden, omdat ze in strijd zijn met het geloof dat aanvaard is.
Het oefenen van deze geloofsdeugd begint met de erkenning dat gevoelens en verlangens niet statisch zijn en in strijd kunnen zijn met het christelijk geloof. De volgende stap is de dagelijkse voeding van gedachten met hoofdzaken van het christelijk geloof; een mens heeft de dagelijkse herinnering hieraan als voedsel nodig.
De volgende noodzakelijke stap is de ontdekking hoe slecht je als mens bent. Iets waar je achter komt door over langere periode de christelijke deugden in de praktijk te proberen te brengen. Verleidingen horen bij het christenleven, de strijd daartegen leert ons de kracht ervan kennen en leert ons onze neiging eraan toe te geven kennen. De kracht van onze neiging tot het kwaad leren we pas kennen als we proberen ertegen te vechten; en omdat Christus de enige mens was die nooit voor een verleiding bezweek, is Hij ook de enige die ten volle weet wat verleiding inhoudt - de enige volstrekte realist. (p.143)
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Een betekenis van geloof is de kunst van het vasthouden aan dingen die je eenmaal met het verstand hebt aanvaard, ondanks veranderingen in je stemming (p.141). Ooit eerder op deze manier over ‘geloof’ nagedacht?
- Geen mens weet hoe slecht hij is zonder verwoede pogingen goed te zijn (p.143). De redenering is logisch, maar hoe blijf je weg bij de gedachte dat zonder de ontdekking van hoe slecht je bent, je niet behouden kunt worden.
12. Geloof
Een gelovige kan pas in de rechte verhouding tot God komen - en als gevolg daarvan tot zijn medemensen - als hij eerst zijn eigen onmacht heeft ontdekt om in die positie te komen. Zolang het christelijk geloof als een contract wordt gezien waarbij het erom gaat aan Gods voorwaarden te voldoen, is de poging om in de goede verhouding tot God te komen kansloos. Met ‘eigen onmacht ontdekken’ wordt niet iets theoretische bedoeld, maar wordt ontdekken uit ervaring bedoeld. Dit is een soort van paradox: om in de rechte verhouding tot God te komen, dient een mens dit tot het uiterste te proberen, om daarmee zijn onmacht te ontdekken en zich uiteindelijk over te geven, zijn onmacht toe te geven en dit werk aan God Zelf over te laten. Dat wil zeggen: volledig vertrouwen op het werk van Christus en daaruit leven. Accepteren dat wij door Zijn werk en alleen door Zijn werk, kinderen van God zijn geworden. Daar hoort levensverandering bij, omdat vertrouwen in christelijke zin niet iets theoretisch is. Geen levensverandering om daarmee de behoudenis te verwerven, maar als gevolg van het gezien hebben van een glimp van Christus’ werk. Want de hemel proberen te verdienen door goed te doen is dwaasheid; te denken dat het, omdat je jezelf niet kunt redden het er niet toe doet hoe je leeft, is even dwaas.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Hoe zou jij de kern van dit hoofdstuk samenvatten?
- Herken je in je leven de (tevergeefse) pogingen om te leven zoals je denkt dat God het van je verwacht als een soort van voldoen aan verplichtingen van econtract tussen God en mens?
- Fil.2:12-13: 12 Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, 13 want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.
Wat zijn jouw gedachten bij deze tekst?
caritas is een latijns woord dat vertaald wordt met liefde; zo bijvoorbeeld in 1 Joh.4:8 Deus caritas est, God is liefde.’↩︎
3. Sociale moraal
Christus vatte de sociale moraal samen door de Gulden Regel: Doe wat u wilt dat de mensen u doen. Dit is geen nieuwe regel, maar een regel die iedereen ten diepste wel kent.
Ten tweede, de christelijke moraal is geen uitgewerkt politiek programma. Wat toepassing van de gulden regel in de praktijk betekent, verschilt per plaats en/of tijd. Zoals met veel wat de bijbel leert, is wat dat betekent situatie afhankelijk en voor invulling van bijbelse principes moeten we onze ‘normale’ kennis inzetten (‘voed de hongerigen’ betekent niet dat de bijbel kookles geeft). Toepassing van de bijbelse principes is de taak van de gelovigen in het onderwijs, de politiek, de economie etc. Het is niet de taak van de voorgangers om politiek te bedrijven, juist niet. Voorgangers zijn belast met zorg voor de hen toevertrouwde gemeente en niet met politiek bedrijven, christelijke romans schrijven of ander werk dat door leken-christenen gedaan moet worden.
De bijbel geeft genoeg richtlijnen voor de inrichting van een christelijke maatschappij. Zorg voor de armen, geen klaploperij, geen onzinnige luxe, ontzag voor wie boven ons gesteld zijn, geen rente vragen etc. Het probleem met ons mensen is, dat we het ene punt toejuichen en het andere juist achterhaald vinden. Wij zoeken in de Schrift geen Meester, maar een supporter van onze eigen (politieke) ideeën. Op deze manier komen wij niet tot een christelijke maatschappij. Ofwel, beginnen met een sociale moraal brengt zo’n maatschappij niet dichterbij, zolang wij niet daadwerkelijke volgelingen van Christus zijn die daadwerkelijk een christelijke maatschappij willen. Daadwerkelijk christenen zijn zij, die de naaste liefhebben als zichzelf, omdat ze God lief hebben boven alles.
Ter bespreking