IV Hoogst Persoonlijk
Beknopte inleiding in de leer der Drie-eenheid
1. Maken en verwekken
Dit deel betreft theologie. Dit kan overbodig lijken, zeker voor iemand die een persoonlijke Godservaring heeft gehad. Dit is echter schijn, theologie betekent kennis nemen van de Godservaring van tallozen en dat geeft een gezonde basis om je (geloofs)leven op te bouwen dan je ene eigen unieke ervaring. Dat doet je eigen ene ervaring nu juist niet. In een tijd waarin veel ideeën over God bestaan en voortgebracht worden, is de op eeuwen gebaseerde ervaringen en onderzoek gefundeerde theologie nodig. Eeuwen waarin allerlei theorieën die over God steeds weer naar voren komen, gewogen en verworpen zijn. Om verder te komen is kennis daarvan onontbeerlijk. Denk aan gedachten dat Jezus een groot leermeester was, dat de wereld beter zou zijn als Zijn onderwijs gevolgd werd. Het klopt weliswaar, maar het is geen route naar het eeuwige leven bij God. Het unieke van wat de bijbel leert is niet dat Jezus goed onderwijs bracht - dat hebben vele anderen ook gedaan en dat heeft de wereld niet veranderd -, maar dat Hij de Zoon van God is en mensen door vertrouwen (geloof) op (in) Hem kinderen van God kunnen worden.
Centraal in de theologie staat dat Christus verwekt (niet: geschapen/gemaakt) is door de Vader voordat onze tijd begon. Het woord ‘verwekt’ drukt uit dat hij van hetzelfde Wezen is als de Vader. Mensen zijn gemaakt door God en dus geen kind van God zoals Christus dat is. In alles wat God gemaakt heeft, is iets van Hemzelf te zien, maar een maaksel is Hem niet gelijk.
Een mens is naar het beeld van God gemaakt. Het biologisch leven van de mens is het hoogste niveau van beeld van God zijn (voor zover bekend) dat bestaat, maar dit is iets anders dan het soort leven dat God heeft. Het is het verschil tussen Bios (natuurlijk leven) en Zoë (geestelijk leven). Bios toont iets van Zoë, zoiets als een standbeeld dat op een mens lijkt. Dit is waar het christelijk geloof over gaat. Wij zijn beelden en er gaan geruchten door de werkplaats dat sommigen op een dag tot leven zullen komen (p.157).
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Wat vind je van Lewis betoog dat kennis nemen van eeuwen theologie een betere basis biedt voor je geloofsleven dan een persoonlijke Godservaring?
- Wat zeg je tegen mensen die Jezus als niet meer dan een goede leraar zien?
2. De drie-persoonlijke God
Het christendom leert, als enige religie, dat God een Bovenpersoonlijk Wezen is. Niet een onpersoonlijk wezen. Hij is een Drie-persoonlijk Wezen, dat wil zeggen Hij bestaat uit drie Personen die samen één Persoon/Wezen vormen. Vergelijkbaar met zes vierkanten uit de tweedimensionale ruimte die samen een kubus vormen in de driedimensionale ruimte. Zoals zoiets onvoorstelbaar is voor een wezen dat alleen de tweedimensionale ruimte kent, zo is voor ons de Drie-persoonlijke God niet voor te stellen. Maar de analogie met wat wij wel kennen (zie voorbeeld van de kubus) maakt het wel logisch voor ons.
Het begrijpen van het Wezen van de Driepersoonlijke God kunnen wij niet. Het begrijpen van Hem is ook niet waar het omgaat, het gaat om met Hem in contact te komen. En dat is ons wel gegeven, eenvoudig door gebed. Gebed tot God de Vader, dat Hijzelf in ons in gang zet en dat via Christus mogelijk is geworden. God is de initiator om tot Hem te komen, Hij is in Christus de weg om tot Hem te komen en Hij is het doel van onze gebedsreis. Zo worden wij kinderen van God, opgenomen in het geestelijk leven (Zoë) dat wij van nature niet hebben.
Theologie is begonnen met de man die zei God te zijn, die gedood, opstond uit de doden, verscheen aan Zijn volgelingen die zo God leerden kennen als de Driepersoonlijke. Niet op grond van logisch redeneren, maar meer vanuit ervaringen die zij in het leven met Hem opdeden. Ervaringen die zij opdeden op initiatief van God, want als het initiatief niet bij Hem zou liggen zou er van contact totaal geen sprake kunnen zijn. God heeft mensen bedoeld als musici die één orkest vormen. Echt mens zijn betekent deel uitmaken van dat orkest. En alleen aan mensen die zo echt zijn, kan God Zich tonen. Daarom is de gemeenschap van christenen hét instrument om God te leren kennen. Theologie buiten deze gemeenschap ontwikkeld, leidt een kort leven.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- En dit is het begin geweest van de Theologie. Op een vage manier wisten de mensen al van God. Toen kwam er een man die beweerde God te zijn etc. (p.161). Lewis legt hier het begin van de Theologie, kennis over God, bij het optreden van de Here Jezus Christus.
- Doet hij hiermee geen onrecht aan de openbaring van God in het aloude testament?
- Heeft dit niet de kiem van vervangingstheologie in zich?
- Bij het leren kennen van God ligt het initiatief geheel aan zijn kant. Als Hij zich niet laat zien, begin je niets en vind je Hem niet. En inderdaad laat Hij aan sommige mensen veel meer van zichzelf zien dan aan andere mensen; niet omdat Hij sommige mensen voortrekt, maar omdat het voor Hem onmogelijk is zich te laten zien aan iemand wiens hele denken en karakter zich in de verkeerde toestand bevinden. Net zoals zonlicht niemand voortrekt, maar in een stoffige spiegel niet zo helder wordt weerkaatst als in een schone (p.162).
Maakt Lewis de openbaring van de Driepersoonlijke God hier niet afhankelijk van de instelling/het karakter van een mens?
- Alleen aan echte mensen kan God zich laten zien zoals Hij echt is. En dat betekent niet alleen mensen die elk voor zich goed zijn, maar mensen die als in een lichaam verenigd zijn, elkaar liefheb- ben, helpen, Hem laten zien. Want zo heeft God de mensheid bedoeld: als muzikanten in één orkest of organen van één lichaam (p.162).
Wat is de logica in deze passage? Hoezo is het voorwaarde voor echte mensen om als in een lichaam verenigd te zijn?
3. In de tijd en boven de tijd
Een zijlijn naar aanleiding van het begrip[p bidden. Het is voor veel mensen moeilijk te begrijpen dat God naar miljoenen gebeden tegelijkertijd kan luisteren. Het probleem is, dat wij mensen niet anders kunnen denken dan vanuit de tijd waarin wij ons voortbewegen. Wij hebben een tijd achter ons en een tijd voor ons en een ondeelbaar ogenblik nu. Voor God is dat anders, Hij leeft niet in de dimensie tijd. Het is ook niet zo dat Hij weet wat een mens morgen zal doen, Hij weet wat een mens doet of dat nu voor die mens een jaar geleden is of wat hij volgend jaar zal doen. Waar wij ons als langs een lijn van het ene punt naar het andere punt voortbewegen overziet hij het geheel, van wat voor ons van voor naar achteren is of van boven naar beneden. Een begrip als tegelijkertijd (‘hoe kan Hij tegelijkertijd in de hemel en als Mens op aarde zijn’) is op Hem niet van toepassing, Hij was, is en zal er zijn en dat, in onze terminologie, allemaal tegelijkertijd.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Zijn de vragen waar Lewis in dit hoofdstuk over spreekt ook vragen die bij jou leven?
- Helpt dit hoofdstuk je in je geloof(svragen)?
4. Gezonde besmetting
Het is normaal om oorzaak en gevolg in volgorde te zien: eerst de oorzaak dan het gevolg. Toch zijn oorzaak en gevolg niet in alle situaties zo volgordelijk. Wij zetten verbeeldingskracht in om ons een denkbeeld dat iemand beschrijft voor te stellen. Het denkbeeld is het gevolg van onze verbeeldingskracht, maar zodra de verbeeldingskracht zijn werk doet is het beeld daar. Verbeeldingskracht en beeld zijn niet volgordelijk in de tijd.
Bij het denken over de Zoon die verwekt is (niet gemaakt, zie par.4.2), concluderen wij dat deze verwekking de Zoon voortbrengt; ofwel de verwekking is de veroorzaking van het voortbrengen en in ons denken betekent dit volgordelijkheid. Het is echter zo dat met de eeuwige wilsdaad om de Zoon te verwekken de Zoon er ook is, Hij is van eeuwigheid de Zelfexpressie van de Vader zoals Deze van eeuwigheid is. Dat kan met andere beeldspraak duidelijk gemaakt worden, zoals met het beeld van licht dat een lamp geeft. Dat kan helpen, maar bedenk dat daarmee andere aspecten meekomen, in het bijzonder het onderscheid tussen de lamp enerzijds en het licht anderzijds als twee verschillende dingen. Een christen zal altijd terug moeten keren naar de bijbel om zich een begrip te vormen, omdat God Zelf het beste weet hoe Hij ons, met onze beperkte vermogens, zo goed mogelijk duidelijk kan maken hoe Vader en Zoon verbonden zijn. Het beeld van verwekken voorkomt het misverstand van het scheiden van God de Vader en God de Zoon als twee verschillende Personen.
Dat de Ene Persoon bestaat uit meerdere Personen is ook van belang om te begrijpen wat het betekent dat God liefde is. Om lief te hebben is een ander nodig. De Liefde tussen Vader en Zoon gaat zover dat zij zo Eens geestes zijn, dat zij één zijn. Een zwakke afspiegeling hiervan is daar waar in een club eensgezinde mensen die eensgezindheid door buitenstaanders wordt ervaren.
Uit de eensgezindheid tussen Vader en Zoon komt de derde Persoon van Goddelijke Drie-eenheid voort, God de Heilige Geest. En opnieuw moet oorzaak en gevolg hier niet volgordelijk in de tijd worden gezien. Deze Derde is voor ons het moeilijkst voor te stellen, logisch, want wij richten onze aandacht gewoonlijk niet specifiek op Hem. Het is deze Derde, deze Geest van Liefde, die door ons heen werkt: God in ons, achter en voor ons, om ons heen. Dit leerstuk is de hoofdzaak waar het omgaat in het christelijk geloof. Het gaat om het zich voegen in deze Liefde die er is tussen Vader en Zoon als enige weg tot geluk waartoe wij bestemd zijn. Zoals wij om nat te worden het water in moeten, om warm te worden bij het vuur moeten gaan staan, zo moeten wij om leven (geestelijk leven) te ontvangen, onder Gods invloed komen. Dat betekent God Zijn werk laten doen om ons in Christus op te nemen, in het eeuwige leven dat van eeuwigheid is. Zo worden wij ‘zonen van God’ en ingezet om, en dat is het enige doel van christen worden, andere te besmetten met dit eeuwige leven.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Lewis put zich uit om duidelijk te maken wat het betekent dat de Zoon van eeuwigheid is, al kan de gedachte dat Hij verwekt is door de Vader ons anders doen denken. Kun je Lewis volgen?
- Heeft wat Lewis in dit hoofdstuk te berde brengt praktische gevolgen voor je (geloofs)leven?
5. Koppige tinnen soldaatjes
Door de zondeval zijn wij in een situatie gekomen waardoor er niet alleen onderscheid is tussen Bios (het natuurlijke leven) en Zoë (het geestelijke leven) (zie par.4.1), maar ze zijn nu volkomen elkaars tegenpolen. Het natuurlijke leven is verworden tot een egocentrisch leven dat koste wat kost eigen voordeel nastreeft en echt geestelijk leven verafschuwt. Het wil niet tot geestelijk leven gebracht worden, want dan verliest het alles waar het zo aan gehecht is.
Gods ingrijpen heeft hierin bestaan dat in de Zoon Hij werkelijk mens is geworden in alles. Zijn leven als mens is daarbij getekend door vernedering, bedrog door vrienden, marteling, kruisiging. Daar eindigde het niet, de Mens in Christus stond op uit de doden. Zo is Hij de eerste mens die tot leven (Zoë) kwam, tot het Leven zoals het bedoeld is.
Nu zijn wij mensen individuele wezens, echter als mensheid zijn wij ook allen met elkaar verbonden. En Eén uit die verbonden mensheid is de weg gegaan die tot echt Leven leidt. En om daar als ander individu van die ene mensheid ook deel aan te krijgen worden wij uitgenodigd dicht bij Hem te komen. Niet opklimmen tot Hem, dat is niet nodig, want Hij is naar ons afgedaald, maar dichtbij komen. Dit kan op veel manieren verwoord worden, maar dit is de kern waar het omdraait.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- In hoeverre helpen gedachten zoals Lewis in dit hoofdstuk verwoord het evangelie (beter) te begrijpen?
6. Twee aantekeningen
Twee aanvullingen naar aanleiding van vragen die het vorige hoofdstuk oproepen.
(1) De eerste vraag is waarom de weg om het geestelijke leven te verkrijgen zo ingewikkeld is; waarom verwekt God niet gewoon meer zonen? Ten eerste zou de route vermoedelijk minder ingewikkeld zijn als de mens zich aan Gods gebod gehouden zou hebben. Een ingewikkelder redenering is dat er in feite maar één unieke Zoon van God kan zijn. Meerdere zonen zijn alleen voor te stellen als ze onderling verschillen. En dat is strijdig met het uniek zijn van de Enige Zoon van God.
(2) In het vorige hoofdstuk werd benadrukt dat de mensheid in zekere zin een eenheid vormt. Dit kan de vraag oproepen of mensen dan allemaal hetzelfde zouden moeten zijn. Het antwoord daarop is dat volgens de christelijke leer mensen samen een organisme vormen waarvan de leden de verschillende organen zijn. Wie vergeet dat hij tot een organisme behoort, wordt een individualist. Wie vergeet dat het organisme uit verschillende organen bestaat, wordt totalitair.
Uit proberen te maken wat erger is, is een duivelse verleiding. Een duivelse tactiek is om dwalingen in tweetallen de wereld in te sturen. De verleiding om te kiezen welke van de twee het ergste is, drijft de mens in de armen van de andere verleiding. Onze opdracht is daar niet in mee te gaan en recht tussenbeide verleidingen door te gaan.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Lewis spreekt over de mensheid als een organisme. Nu gebruikt de bijbel dit beeld voor de gemeente van de Here Jezus Christus (1 Kor.). Mag dat beeld ook betrokken worden op de mensheid als geheel? Of heeft Lewis een andere bijbelse onderbouwing voor ogen wellicht?
7. Doen alsof
In de verandering van een mens met een natuurlijk leven (bios) in een mens met een geestelijk leven (zoë) speelt doen alsof een belangrijke rol. Dit begint al bij het bidden van de woorden ‘onze Vader’. Daarmee doet de mens alsof hij een zoon van God is, terwijl hij weet dat zijn egocentrische leven ver af staat van het leven van Christus. Toch is dit gebed een opdracht van Christus Zelf. Nu is dit minder vreemd dan het in eerste instantie lijkt. Doen alsof je iemand aardig vindt en daarnaar handelen leidt ertoe dat je een persoon aardig(er) gaat vinden. Kinderen leren veel door te doen alsof in hun spel (doen alsof ze vader en moeder zijn, doen alsof ze eten bereiden). Zo verkleden wij ons als Christus en als we dat doen gaan we veranderen. En dat komt doordat Christus Zelf met ons aan de gang gaat. Het serieus op Christus willen lijken, maakt ons tot een ander mens, omdat Christus dit gebruikt om het echte leven (zoë) in ons te brengen.
In ons leven spelen mensen een belangrijke rol om ons bij Christus te brengen en te groeien in het leven zoals God het bedoeld heeft. Onderdeel van deze groei is dat we beseffen dat het niet die mensen zijn waardoor Christus in ons gestalte krijgt, maar Christus Zelf. Belangrijk, omdat een christenleven op Hem gefundeerd moet zijn en niet op andere mensen. Een christenleven betekent niet leren leven volgens het onderwijs van Christus, maar betekent heel concreet dat Christus, de levende Christus, in ons werkt en gestalte in ons aanneemt. Bijbelse begrippen als ‘wedergeboorte’, ‘met Christus bekleden’ en ‘Christus die gestalte krijgt in ons’ zijn geen metaforen, maar spreken over de realiteit van het christenleven.
De ontdekking die een mens op deze weg doet, is dat het probleem niet ligt in het doen van zondige daden, maar in het zijn van een zondaar. Met andere woorden, je bent geen zondaar omdat je zondige daden doet, maar je doet zondige daden omdat je een zondaar bent. Een besef dat samengaat met het besef dat je jezelf niet kunt veranderen, daar heb je De Ander voor nodig. Al lijkt het dat je van alles moet doen om een Christus-leven te gaan leiden, in werkelijkheid is God Zelf Degene die het in je tot stand brengt. Daarbij gebruikt Hij wel de methode door te doen alsof wij een zoon van God zijn. Zoals een moeder praat tegen een baby/kind die de taal nog niet begrijpt; hierdoor leert het kind praten. Doordat God tegenover ons doet alsof wij zijn wat we nog niet zijn, leren wij te zijn wat Hij voor ogen heeft.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- In de christelijke theologie wordt onderscheid gemaakt tussen wedergeboorte/bekering en heiliging. Klopt het dat dit onderscheid in dit hoofdstuk lijkt weg te vallen (Lewis lijkt te zeggen dat wedergeboorte begint bij te doen alsof door bijvoorbeeld te bidden ‘onze Vader’)? Zo ja, als dat klopt, is dat dan theologisch een probleem?
8. Is christeljke godsdienst moeilijk of niet
Christen zijn is tegelijkertijd (het) moeilijk(ste) en (het) makkelijk(ste) dat er is. Dat blijkt ook uit Jezus’ uitspraken. Enerzijds spreekt Hij over je kruis opnemen als een ter dood veroordeelde en anderzijds over Zijn juk dat licht en zacht is. Het probleem is dat proberen als christen te leven door jezelf een hoge morele standaard op te leggen, een heilloze weg is met als gevolg dat je gefrustreerder en bozer wordt omdat het verzet vanuit de verlangens en eisen van je natuurlijke mens toeneemt. Proberen op deze manier als christen te leven, voldoen aan de normen van Christus en de natuurlijke mens tevreden houden is simpelweg onmogelijk. Wat Christus vraagt, en in feite is dit het enige waar het in het volgen van Christus om gaat, is overgave. De verlangens die vanuit de menselijke natuur op ons afkomen afwijzen en luisteren naar de stem van de Here Jezus over het opnemen van Zijn juk. Dit is de manier om stap voor stap te groeien naar de volmaaktheid waar Christus over spreekt als Hij zegt, ‘U zult volmaakt zijn’. Dat is als Christus worden, de reden van ons bestaan en wellicht de reden van de Schepping.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Wat betekent hetgeen Lewis in dit hoofdstuk betoogt voor onze verhouding tot bijbelse geboden/opdrachten?
- Op welke manier is een gebod van God voor een christen anders dan voor een gelovige voor de komst van Christus?
9. Bezint eer gij begint
Christus zegt (Matt.5:48): U dan zult volmaakt zijn zoals uw Vader die in de hemel is volmaakt is. Dit betekent niet dat wij volmaakt moeten zijn om door Hem geholpen te worden. Het betekent wel dat als Hij ons helpt, dit is waar Hij aan werkt, niets minder. Naar Hem toegaan met een bepaald probleem in ons leven mag altijd, maar als we Hem in ons leven laten, dan komt Hij met Zijn programma en gaat dat in ons uitwerken. Wij kunnen Hem stoppen, maar niet van gedachten laten veranderen waar het gaat over wat Hij in ons leven uitwerkt als we Hem aan het werk laten. Anders gezegd: we kunnen Hem wel of niet in ons leven laten werken, maar als we Hem in ons leven vragen, kunnen wij niet bepalen wat Hij zou moeten doen. En Zijn plan is ons volmaakt te maken als onze Vader in de hemel.
Bovenstaande hoeft ons niet te ontmoedigen of bij mislukkingen te laten afhaken. Hij kent ons en weet allang hoe wij zijn en wat er mis kan gaan en is steeds weer bereid ons te helpen. Het betekent ook dat wij niet tevreden moeten zijn met enkele ‘successen’ en denken dat het nu wel mooi is geweest, met als argument Ik heb me nooit verbeeld een heilige te worden (p.195-196). De misvatting hierbij is dat de vraag niet is wat voor bedoeling wij met onszelf hadden, maat wat Zijn bedoeling met ons was toen Hij ons maakte (p.196).
Dat wij het einddoel dat Hij met ons voorheeft in dit leven niet zullen bereiken, betekent niet dat we Hij met minder genoegen neemt en wij dat dus ook niet moeten doen.
Citaat (p.198) Het gebod ‘Gij zult volmaakt zijn’ is geen idealistische kletspraat. Evenmin is het een gebod om het onmogelijke te doen, Hij zal schepselen van ons maken die dit gebod kunnen gehoorzamen. Hij heeft (in de Bijbel) gezegd dat wij ‘goden’ zullen zijn en Hij zal dat waarmaken ook. Als we Hem laten begaan - want als we willen, kunnen we Hem tegenhouden - maakt Hij ook van de zwakste en smerigste onder de mensen een god of godin, een verblindend, stralend, onsterfelijk wezen, kloppend van een energie en vreugde en wijsheid en liefde die we ons nu niet kunnen voorstellen, een heldere, vlekkeloze spiegel waarin Gods onbegrensde macht en vreugde en goedheid volmaakt (zij het natuurlijk in het klein) naar Hem wordt teruggekaatst. Het is een lang en ten dele zeer pijnlijk proces; maar dit is wat ons te wachten staat. Niets minder dan dit. Hij meende wat Hij zei.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Lees je de tekst ‘U zult volmaakt zijn zoals uw hemelse Vader volmaakt is’ (Matt.5:48) na het lezen van dit hoofdstuk anders dan daarvoor?
- Herken je wat Lewis hier beschrijft in je leven?
10. Aardige lui en aardige mensen
Van christenen wordt bepaald soort gedrag verwacht. Enerzijds is dat terecht, want aan de vrucht wordt de boom gekend. En als christen zijn geen invloed heeft op je gedrag, wat voor zin heeft het dan christen te worden? Anderzijds kan het ook om diverse redenen een te simplistische verwachting zijn.
(1) Mensen kunnen niet zwart-wit ingedeeld worden in twee categorieën: christen en niet-christen. Zo zijn er christenen die hard op weg zijn niet-christen te worden en omgekeerd. Er zijn mensen die de dogma’s van het christendom niet onderschrijven, maar zich wel zodanig tot Christus aangetrokken zijn, dat ze in feite bij Hem horen. Dit kan ook bij een aanhanger van een andere religie het geval zijn.
(2) Om te zien wat het christen zijn in een mensenleven uitwerkt moet rekening gehouden worden met wat de persoon aan persoonlijke bagage uit temperament, verleden, opvoeding, etc. meebrengt. Anders geformuleerd, om het resultaat van het christen worden te meten, moet eerst een zogenaamde nulmeting gedaan worden voordat diegene christen wordt.
Wat iemands bagage ook is, en of hij daardoor gevormd is tot bijvoorbeeld een aardig of chagrijnig persoon, beiden zijn voor 100 procent afhankelijk van Gods redding om Gods doel te bereiken. Dit bereiken van Zijn doel is voor God bij beiden geen probleem; de vraag waar het om draait is of iemand Hem Zijn gang wil laten gaan, zich op Hem af wil stemmen. En dat is voor iemand die het zijn hele leven voor de wind is gegaan, die ‘rijk’ genoemd kan worden, wellicht moeilijker dan voor iemand die ‘armoedig’ is geboren/gevormd. Het scheppen van goede zaken kost God, zover we weten, niets; maar het bekeren van opstandige wil heeft Hem kruisiging gekost (p.203-204).
Gods doel is mensen naar Zijn beeld, niet een verbeterde oude mens. Streven naar verbetering van gedrag is prima, maar brengt geen verlossing. Een wereld van aardige mensen, tevreden met hun aardigheid, niet verder kijkend, en afgekeerd van God, zou even verschrikkelijk hard redding nodig hebben als een ellendige wereld - en zou misschien nog moeilijker te redden zijn (p.207).
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Wat is in het kort het punt dat Lewis in dit hoofdstuk wil maken denk je?
11. De nieuwe mensen
Waar God met de mens en Zijn schepping op weg is kan duidelijk gemaakt worden met de evolutietheorie. Volgens deze theorie ontwikkelde de mens zich uit eencellige organismen en in die ontwikkeling liepen er opeens wezens rond die daar totaal van verschilden en van alle prehistorische monsters daarvoor. Deze wezens bleken totaal anders, de evolutie had een scherpe, nieuwe, ongedachte afslag genomen. Zo kunnen wij ons de creatie van de nieuwe mens voorstellen, een verandering die op een nieuwe, ongedachte manier leidt tot nieuwe, ongedachte mensen. Deze verandering is ingezet bij het optreden van de Here Jezus en de verandering neemt op verschillende manieren een totaal nieuwe afslag.
(1) Nieuwe mensen worden niet door geslachtsverkeer voortgebracht.
(2) Voorgaande veranderingen gingen buiten de wil van de schepsels om, zo niet deze.
(3) Christus is niet een voorbeeld van de nieuwe mens, maar de nieuwe mens. Hij is de bron en het centrum en het leven van alle nieuwe mensen (p.211).
(4) De ontwikkeling van deze nieuwe soort gaat in een veel hoger tempo dan in eerdere fases van het evolutionair proces en gaat door al wordt vaak anders gedacht en wordt geprobeerd dit proces te stoppen (christenvervolgingen, theorieën dat christendom bezig is te verdwijnen).
(5) Dit is een cruciale fase, we zijn het moment genaderd waarop het doel dat God met Zijn schepping heeft dichtbij is, alles is klaar voor de geboorte van de vernieuwde schepping; anders dan bij andere geboorten heeft de boreling een keuze om wel/niet geboren te worden.
De nieuwe stap in het lange proces is gezet, hier en daar herkennen wij de nieuwe mensen, andere mensen, mensen die leven in een andere dimensie zo te zien.
De vernieuwde mensen zijn niet allemaal hetzelfde; ze worden door hetzelfde licht beschenen en weerkaatsen dat en daardoor worden hun verschillen juist duidelijk. Christus in ons is als zout in het eten dat de smaak tot zijn volle recht laat komen, met dit verschil dat teveel aan zout de smaak van het voedsel verpest en je nooit teveel van Christus in je kunt hebben. En hoe meer van Christus in je, hoe meer je je eigen echte ik wordt. Erger, zonder Christus in je heb je geen eigen persoonlijkheid. Het is niet voor niets dat zoveel tirannen op elkaar lijken.
De route naar deze echte eigen persoonlijkheid is niet de weg van het zoeken ernaar het is de weg van overgave van het oude leven in de dood en het zoeken van Christus. Een principe dat ook op andere terreinen geldt: een kunstenaar die probeert origineel te zijn, is het juist niet, een kunstenaar die probeert eerlijk uit te drukken wat hij te vertellen heeft, zal dat veel eerder zijn. Zoek jezelf en je vindt op den duur niets dan haat, eenzaamheid, wanhoop, woede, verval en verwoesting. Maar zoek Christus en je zult Hem vinden, en met Hem al het andere op de koop toe (p.217).
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Wat vind je van Lewis parallel tussen de evolutietheorie en de manier waarop het nieuwe leven van Christus zich openbaart?
- Komt er iemand in je gedachten bij wat Lewis schrijft over nieuwe mensen die wij hier en daar herkennen (p.213, zie citaat hieronder)?
Zo bezien is het al gebeurd: de nieuwe stap is gezet en wordt gezet. De nieuwe mensen zijn al her en der over de aarde verspreid te vinden. Sommigen, ik gaf het al eerder toe, zijn nog bijna niet te herkennen, maar anderen wel. Van tijd tot tijd kom je ze tegen. Ze hebben een andere stem en een ander gezicht dan wij: sterker, rustiger, gelukkiger, stralender. Zij beginnen daar waar de meeste mensen ophouden. Ze zijn herkenbaar, zei ik, maar dan moet je wel weten waar je op letten moet. Ze lijken niet veel op ‘religieuze mensen’ zoals je je die voorstelt op grond van wat je zoal gelezen hebt. Ze trekken geen aandacht. Je meent al gauw vriendelijk voor ze te zijn terwijl zij eigenlijk vriendelijk voor jou zijn. Ze houden meer van je dan andere mensen maar hebben je minder nodig. (Nodig willen zijn is iets wat we moeten afleren. Voor sommige mensen, vooral vrouwen, bestaat er geen zwaardere verzoeking.) In de regel zullen ze heel veel tijd lijken te hebben: je vraagt je af waar ze die vandaan halen. Heb je er een herkend, dan herken je de volgende al veel gemakkelijker. En ik heb een sterk vermoeden (maar hoe zou ik het kunnen weten?) dat zij elkaar ogenblikkelijk en feilloos herkennen, dwars over alle grenzen van huidskleur, geslacht, klasse, leeftijd en zelfs geloofsovertuiging. Heilig worden lijkt in die zin wel op het toetreden tot een geheim genootschap. Het moet op zijn allerminst ontzettend leuk zijn (p.213-214).
Tot slot
- Zijn er gedachten van Lewis blijven hangen na lezing en bespreking van dit boek?
- Zou je het boek aanbevelen aan andere?
- Als iemand vraagt waar gaat dat boek over, hoe zou je dat dan in enkele zinnen samenvatten?