IV Hoogst Persoonlijk
Beknopte inleiding in de leer der Drie-eenheid
1. Maken en verwekken
Dit deel betreft theologie. Dit kan overbodig lijken, zeker voor iemand die een persoonlijke Godservaring heeft gehad. Dit is echter schijn, theologie betekent kennis nemen van de Godservaring van tallozen en dat geeft een gezonde basis om je (geloofs)leven op te bouwen dan je ene eigen unieke ervaring. Dat doet je eigen ene ervaring nu juist niet. In een tijd waarin veel ideeën over God bestaan en voortgebracht worden, is de op eeuwen gebaseerde ervaringen en onderzoek gefundeerde theologie nodig. Eeuwen waarin allerlei theorieën die over God steeds weer naar voren komen, gewogen en verworpen zijn. Om verder te komen is kennis daarvan onontbeerlijk. Denk aan gedachten dat Jezus een groot leermeester was, dat de wereld beter zou zijn als Zijn onderwijs gevolgd werd. Het klopt weliswaar, maar het is geen route naar het eeuwige leven bij God. Het unieke van wat de bijbel leert is niet dat Jezus goed onderwijs bracht - dat hebben vele anderen ook gedaan en dat heeft de wereld niet veranderd -, maar dat Hij de Zoon van God is en mensen door vertrouwen (geloof) op (in) Hem kinderen van God kunnen worden.
Centraal in de theologie staat dat Christus verwekt (niet: geschapen/gemaakt) is door de Vader voordat onze tijd begon. Het woord ‘verwekt’ drukt uit dat hij van hetzelfde Wezen is als de Vader. Mensen zijn gemaakt door God en dus geen kind van God zoals Christus dat is. In alles wat God gemaakt heeft, is iets van Hemzelf te zien, maar een maaksel is Hem niet gelijk.
Een mens is naar het beeld van God gemaakt. Het biologisch leven van de mens is het hoogste niveau van beeld van God zijn (voor zover bekend) dat bestaat, maar dit is iets anders dan het soort leven dat God heeft. Het is het verschil tussen Bios (natuurlijk leven) en Zoë (geestelijk leven). Bios toont iets van Zoë, zoiets als een standbeeld dat op een mens lijkt. Dit is waar het christelijk geloof over gaat. Wij zijn beelden en er gaan geruchten door de werkplaats dat sommigen op een dag tot leven zullen komen. (p.157)
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Wat vind je vvan Lewis betoog dat kennis nemen van eeuwen theologie een betere basis biedt voor je geloofsleven dan een persoonlijke Godservaring?
- Wat zeg je tgen mensen die Jezus als niet meer dan een goede leraar zien?
2. De drie-persoonlijke God
Het christendom leert, als enige religie, dat God een Bovenpersoonlijk Wezen is. Niet een onpersoonlijk wezen. Hij is een Drie-persoonlijk Wezen, dat wil zeggen Hij bestaat uit drie Personen die samen één Persoon/Wezen vormen. Vergelijkbaar met zes vierkanten uit de tweedimensionale ruimte die samen een kubus vormen in de driedimensionale ruimte. Zoals zoiets onvoorstelbaar is voor een wezen dat alleen de tweedimensionale ruimte kent, zo is voor ons de Drie-persoonlijke God niet voor te stellen. Maar de analogie met wat wij wel kennen (zie voorbeeld van de kubus) maakt het wel logisch voor ons.
Het begrijpen van het Wezen van de Driepersoonlijke God kunnen wij niet. Het begrijpen van Hem is ook niet waar het omgaat, het gaat om met Hem in contact te komen. En dat is ons wel gegeven, eenvoudig door gebed. Gebed tot God de Vader, dat Hijzelf in ons in gang zet en dat via Christus mogelijk is geworden. God is de initiator om tot Hem te komen, Hij is in Christus de weg om tot Hem te komen en Hij is het doel van onze gebedsreis. Zo worden wij kinderen van God, opgenomen in het geestelijk leven (Zoë) dat wij van nature niet hebben.
Theologie is begonnen met de man die zei God te zijn, die gedood, opstond uit de doden, verscheen aan Zijn volgelingen die zo God leerden kennen als de Driepersoonlijke. Niet op grond van logisch redeneren, maar meer vanuit ervaringen die zij in het leven met Hem opdeden. Ervaringen die zij opdeden op initiatief van God, want als het initiatief niet bij Hem zou liggen zou er van contact totaal geen sprake kunnen zijn. God heeft mensen bedoeld als musici die één orkest vormen. Echt mens zijn betekent deel uitmaken van dat orkest. En alleen aan mensen die zo echt zijn, kan God Zich tonen. Daarom is de gemeenschap van christenen hét instrument om God te leren kennen. Theologie buiten deze gemeenschap ontwikkeld, leidt een kort leven.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- En dit is het begin geweest van de Theologie. Op een vage manier wisten de mensen al van God. Toen kwam er een man die beweerde God te zijn etc. (p.161). Lewis legt hier hetbegin van de Theologie, kennis over God, bij het optreden van de Here Jezus Christus.
- Doet hij hiermee geen onrecht aan de openbaring van God in het aloude testament?
- Heeft dit niet de kiem van vervangingstheologie in zich?
- Bij het leren kennen van God ligt het initiatief geheel aan zijn kant. Als Hij zich niet laat zien, begin je niets en vind je Hem niet. En inderdaad laat Hij aan sommige mensen veel meer van zichzelf zien dan aan andere mensen; niet omdat Hij sommige mensen voortrekt, maar omdat het voor Hem onmogelijk is zich te laten zien aan iemand wiens hele denken en karakter zich in de verkeerde toestand bevinden. Net zoals zonlicht niemand voortrekt, maar in een stoffige spiegel niet zo helder wordt weerkaatst als in een schone. (p.162).
Maakt Lewis de openbaring van de Driepersoonlijke God hier niet afhankelijk van de instelling/het karakter van een mens?
- Alleen aan echte mensen kan God zich laten zien zoals Hij echt is. En dat betekent niet alleen mensen die elk voor zich goed zijn, maar mensen die als in een lichaam verenigd zijn, elkaar liefheb- ben, helpen, Hem laten zien. Want zo heeft God de mensheid bedoeld: als muzikanten in één orkest of organen van één lichaam. (p.162).
Wat is de logica in deze passage? Hoezo is het voorwaarde voor echte mensen om als in een lichaam verenigd te zijn?
3. In de tijd en boven de tijd
Een zijlijn naar aanleiding van het begri[p bidden. Het is voor veel mensen moeilijk te begrijpen dat God naar miljoenen gebeden tegelijkertijd kan luisteren. Het probleem is, dat wij mensen niet anders kunnen denken dan vanuit de tijd waarin wij ons voortbewegen. Wij hebben een tijd achter ons en een tijd voor ons en een ondeelbaar ogenblik nu. Voor God is dat anders, Hij leeft niet in de dimensie tijd. Het is ook niet zo dat Hij weet wat een mens morgen zal doen, Hij weet wat een mens doet of dat nu voor die mens een jaar geleden is of wat hij volgend jaar zal doen. Waar wij ons als langs een lijn van het ene punt naar het andere punt voortbewegen overziet hij het geheel, van wat voor ons van voor naar achteren is of van boven naar beneden. Een begrip als tegelijkertijd (‘hoe kan Hij tegelijkertijd in de hemel en als Mens op aarde zijn’) is op Hem niet van toepassing, Hij was, is en zal er zijn en dat, in onze terminologie, allemaal tegelijkertijd.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Zijn de vragen waar Lewis in dit hoofdstuk over spreekt ook vragen die bij jou leven?
- Helpt dit hoofdstuk je in je geloof(svragen)?
4. Gezonde besmetting
Het is normaal om oorzaak en gevolg in volgorde te zien: eerst de oorzaak dan het gevolg. Toch zijn oorzaak en gevolg niet in alle situaties zo volgordelijk. Wij zetten verbeeldingskracht in om ons een denkbeeld dat iemand beschrijft voor te stellen. Het denkbeeld is het gevolg van onze verbeeldignskracht, maar zodra de verbeeldingskracht zijn werk doet is het beeld daar. Verbeeldingskracht en beeld zijn niet volgordelijk in de tijd.
Bij het denken over de Zoon die verwekt is (niet gemaakt, zie par.4.2), concluderen wij dat deze verwekking de Zoon voortbrengt; ofwel de verwekking is de veroorzaking van het voortbrengen en in ons denken betekent dit volgordelijkheid. Het is echter zo dat met de eeuwige wilsdaad om de Zoon te verwekken de Zoon er ook is, Hij is van eeuwigheid de Zelfexpressie van de Vader zoals Deze van eeuwigheid is. Dat kan met andere beeldspraak duidelijk gemaakt worden, zoals met het beeld van licht dat een lamp geeft. Dat kan helpen, maar bedenk dat daarmee andere aspecten meekomen, in het bijzonder het onderscheid tussen de lamp enerzijds en het licht anderzijds als twee verschillende dingen. Een christen zal altijd terug moeten keren naar de bijbel om zich een begrip te vormen, omdat God Zelf het beste weet hoe Hij ons, met onze beperkte vermogens, zo goed mogelijk duidelijk kan maken hoe Vader en Zoon verbonden zijn. Het beeld van verwekken voorkomt het misverstand van het scheiden van God de Vader en God de Zoon als twee verschillende Personen.
Dat de Ene Persoon bestaat uit meerdere Personen is ook van belang om te begrijpen wat het betekent dat God liefde is. Om lief te hebben is een ander nodig. De Liefde tussen Vader en Zoon gaat zover dat zij zo Eensgeestes zijn, dat zij één zijn. Een zwakke afspiegeling hiervan is daar waar in een club eensgezinde mensen die eensgezindheid door buitenstaanders wordt ervaren.
Uit de eensgezindheid tussen Vader en Zoon komt de derde Persoon van Goddelijke Drie-eenheid voort, God de Heilige Geest. En opnieuw moet oorzaak en gevolg hier niet volgordelijk in de tijd worden gezien. Deze Derde is voor ons het moeilijkst voor te stellen, logisch, want wij richten onze aandacht gewoonlijk niet specifiek op Hem. Het is deze Derde, deze Geest van Liefde, die door ons heen werkt: God in ons, achter en voor ons, om ons heen. Dit leerstuk is de hoofdzaak waar het omgaat in het christeljk geloof. Het gaat om het zich voegen in deze Liefde die er is tussen Vader en Zoon als enige weg tot geluk waartoe wij bestemd zijn. Zoals wij om nat te worden het water in moeten, om warm te worden bij het vuur moeten gaan staan, zo moeten wij om leven (geestelijk leven) te ontvangen, onder Gods invloed komen. Dat betekent God Zijn werk laten doen om ons in Christus op te nemen, in het eeuwige leven dat van eeuwigheid is. Zo worden wij ‘zonen van God’ en ingezet om, en dat is het enige doel van christen worden, andere te besmetten met dit eeuwige leven.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Lewis put zich uit om duidelijk te maken wat het betekent dat de Zoon van eeuwigheid is, al kan de gedachte dat Hij verwekt is door de Vader ons anders doen denken. Kun je Lewis volgen?
- Heeft wat Lewis in dit hoofdstuk te berde brengt praktische gevolgen voor je (geloofs)leven?
5. Koppige tinnen soldaatjes
Door de zondeval zijn wij in een situatie gekomen waardoor er niet alleen onderscheid is tussen Bios (het natuurlijke leven) en Zoë (het geestelijke leven) (zie par.4.1), maar ze zijn nu volkomen elkaars tegenpolen. Het natuurlijke leven is verworden tot een egocentrisch leven dat koste wat kost eigen voordeel nastreeft en echt geestelijk leven verafschuwt. Het wil niet tot geestelijk leven gebracht worden, want dan verliest het alles waar het zo aan gehecht is.
Gods ingrijpen heeft hierin bestaan dat in de Zoon Hij werkelijk mens is geworden in alles. Zijn leven als mens is daarbij getekend door vernedering, bedrog door vrienden, marteling, kruisiging. Daar eindigde het niet, de Mens in Christus stond op uit de doden. Zo is Hij de eerste mens die tot leven (Zoë) kwam, tot het Leven zoals het bedoeld is.
Nu zijn wij mensen individuele wezens, echter als mensheid zijn wij ook allen met elkaar verbonden. En Eén uit die verbonden mensheid is de weg gegaan die tot echt Leven leidt. En om daar als ander individu van die ene mensheid ook deel aan te krijgen worden wij uitgenodigd dicht bij Hem te komen. Niet opklimmen tot Hem, dat is niet nodig, want Hij is naar ons afgedaald, maar dichtbij komen. Dit kan op veel menieren verwoord worden, maar dit is de kern waar het omdraait.
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- In hoeverre helpen gedachten zoals Lewis in dit hoofdstuk verwoord het evangelie (beter) te begrijpen?
6. Twee aantekeningen
Twee aanvullingen naar aanleiding van vragen die het vorige hoofdstuk oproepen.
(1) De eerste vraag is waarom de weg om het geestelijke leven te verkrijgen zo ingewikkeld is; waarom verwekt God niet gewoon meer zonen? Ten eerste zou de route vermoedelijk minder ingewikkeld zijn als de mens zich aan Gods gebod gehouden zou hebben. Een ingewikkelder redering is dat er in feite maar één unieke Zoon van God kan zijn. Meerdere zonen zijn alleen voor te stellen als ze onderling verschillen. En dat is strijdig met het uniek zijn van de Enige Zoon van God.
(2) In het vorige hoofdstuk werd benadrukt dat de mensheid in zekere zin een eenheid vormt. Dit kan de vraag oproepen of mensen dan allemaal hetzelfde zouden moeten zijn. Het antwoord daarop is dat volgens de christelijke leer mensen samen een organisme vormen waarvan de leden de verschillende organen zijn. Wie vergeet dat hij tot een organisme behoort, wordt een individualist. Wie vergeet dat het organisme uit verschillende organen bestaat, wordt totalitair.
Uit proberen te maken wat erger is, is een duivese verleiding. Een duivelse tactiek is om dwalingen in tweetallen de wereld in te sturen. De verleiding om te kiezen welke van de twee het ergste is, drijft de mens in de armen van de andere verleiding. Onze opdracht is daar niet in mee te gaan en recht tussenbeide verleidingen door te gaan.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- Lewis spreekt over de mensheid als een organisme. Nu gebruikt de bijbel dit beeld voor de gemeente van de Here Jezus Christus (1 Kor.). Mag dat beeld ook betrokken worden op de mensheid als geheel? Of heeft Lewis een andere bijbelse onderbouwing voor ogen wellicht?
7. Doen alsof
In de verandering van een mens met een natuurlijk leven (bios) in een mens met een geestelijk leven (zoë) speelt doen alsog een belangrijke rol. Dit begint al bij het bidden van de woorden ‘onze Vader’. Daarmee doet de mens alsof hij een zoon van God is, terwijl hij weet dat zijn egocentrische leven ver af staat van het leven van Christus. Toch is dit gebed een opdracht van Christus Zelf. Nu is dit minder vreemd dan het in eerste instantie lijkt. Doen alsof je iemand aardig vindt en daarnaar handelen leidt ertoe dat je een persoon aardig(er) gaat vinden. Kinderen leren veel door te doen alsof in hun spel (doen alsof ze vader en moeder zijn, doen alsof ze eten bereiden). Zo verkleden wij ons als Christus en als we dat doen gaan we veranderen. En dat komt doordat Christus Zelf met ons aan de gang gaat. Het serieus op Christus willen lijken, maakt ons tot een ander mens, omdat Christus dit gebruikt om het echte leven (zoë) in ons te brengen.
In ons leven spelen mensen een belangrijke rol om ons bij Christus te brengen en te groeien in het leven zoals God het bedoeld heeft. Onderdeel van deze groei is dat we beseffen dat het niet die mensen zijn waardoor Christus in ons gestalte krijgt, maar Christus Zelf. Belangrijk, omdat een christenleven op Hem gefundeerd moet zijn en niet op andere mensen. Een christenleven betekent niet leren leven volgens het onderwijs van Christus, maar betekent heel concreet dat Christus, de levende Christus, in ons werkt en gestalte in ons aanneemt. Bijbelse begrippen als ‘wedergeboorte’, ‘met Christus bekleden’ en ‘Christus die gestalte krijgt in ons’ zijn geen metaforen, maar spreken over de realiteit van het christenleven.
De ontdekking die een mens op deze weg doet, is dat het probleem niet ligt in het doen van zondige daden, maar in het zijn van een zondaar. Met andere woorden, je bent geen zondaar omdat je zondige daden doet, maar je doet zondige daden omdat je een zondaar bent. Een besef dat samengaat met het besef dat je jezelf niet kunt veranderen, daar heb je De Ander voor nodig. Al lijkt het dat je van alles moet doen om een Christus-leven te gaan leiden, in werkelijkheid is God Zelf Degene die het in je tot stand brengt. Daarbij gebruikt Hij wel de methode door te doen alsof wij een zoon van God zijn. Zoals een moeder praat tegen een baby/kind die de taal nog niet begrijpt; hierdoor leert het kind praten. Doordat God tegenover ons doet alsof wij zijn wat we nog niet zijn, leren wij te zijn wat Hij voor ogen heeft.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen over dit hoofdstuk?
- In de christelijke theologie wordt onderscheid gemaakt tussen wedergeboorte/bekering en heiliging. Klopt het dat dit onderscheid in dit hoofdstuk lijkt weg te vallen (Lewis lijkt te zeggen dat wedergeboorte begint bij te doen alsof door bijvoorbeeld te bidden ‘onze Vader’)? ZO ja, als dat klopt, is dat dan theologisch een probleem?