Deel I Het Solitaire Zelf

H1 Eenzaamheid

Sinds de jaren 1960 zijn wij opgeschoven van een wij- naar een ik-samenleving. Opvallende verandering in woordgebruik onderstrepen dit, bijvoorbeeld een analyse op het voorkomen van de woorden I en We in de literatuur sinds 1800, zie Ngram viewer.1
Andere typische verandering is de toename van het aantal alleenwoners, doordat er op latere leeftijd getrouwd wordt, door echtscheidingen of door bewuste keuze alleen te blijven. Hoewel niet ieder die op zichzelf woont eenzaamheid ervaart, is er wel een verband met eenzaamheid, omdat mensen sociale wezens zijn. Onderzoeken in diverse landen laten ook een toename zien van ervaren eenzaamheid. Deze eenzaamheid is deels gevolg van andere factoren, zoals gedwongen verhuizing vanwege werk en afname van lidmaatschap van sociale verbanden als sportclubs. Gevolgen van eenzaamheid kunnen psychisch en fysiek zijn. Het wegvallen van sociale cohesie heeft bijvoorbeeld ook gevolgen voor soldaten die van een oorlogssituatie terugkeren en niet terug kunnen vallen op een sterk sociaal netwerk. Individualisme blijkt duur, de prijs bestaat uit echtscheidingen, ontwrichte gezinnen, een samenleving die zijn kracht verliest en het verliezen van het besef dat wij onderdeel zijn van een doorgaande lijn van verleden naar toekomst.
Godsdienst heeft in de geschiedenis een belangrijke rol gespeeld als het gaat om sociale verbondenheid, bijvoorbeeld door zorg voor de mensen aan de zelfkant van de samenleving. Denk ook aan de rol van het Jodendom bij het opnieuw opbouwen van gemeenschappen in de diaspora op diverse plaatsen in de wereld. Ook in de huidige tijd van individualisering is de Godsdienst een samenbindende factor van betekenis. Een samenleving van afzonderlijke individuen mist wat een echte gemeenschap kenmerkt, er zijn voor de ander en samenwerking met het oog op het belang van allen.

Citaat
(p. 51, 2e alinea) Wij kunnen dingen doen waar onze voorouders zelfs niet van konden dromen, maar wat zij geen ding vonden kost ons de grootste moeite. Trouwen. Getrouwd blijven. Bij een gemeenschap horen. Een sterk gevoel van identiteit hebben. Ons verbonden voelen met de geschiedenis die na ons verder zal gaan.

Ter bespreking

  • Opmerkingen/vragen bij dit hoofdstuk..
  • Herken je de beschreven ontwikkelingen m.b.t eenzaamheid? Zien wij die ook in ons land?

H2 De Beperktheid van Zelfhulp

Er is een overvloed zelfhulpboeken op de markt. Hoewel ze hun nut hebben, is het fundamentele probleem met deze boeken dat het ‘zelf’ de oorzaak van het probleem is, niet de oplossing. De oplossing ligt veeleer in de ander van buiten, die een oplossing aanreikt waar het zelf niet aangedacht heeft. Dat ontslaat een mens er overigens niet van zijn verantwoordelijkheid te nemen. Sacks bespreekt aantal voorbeelden van schrijvers/denkers die tot dezelfde conclusie zijn gekomen.2
Het antwoord op de vraag waar de vloed aan zelfhulpboeken vandaan komt is wellicht de individualisering. Daar waar vroeger teruggevallen werd op een gemeenschap waarin men oog hield op elkaar, is de geïndividualiseerde mens op zichzelf aangewezen en zoekt zijn toevlucht in zelfhulpboeken. Misschien ook wel als alternatief voor geloof dat overboord is gezet.
Een ander niet te onderschatten aspect is, dat mensen die grote prestaties leveren op welk gebied dan ook, niet zelden op de achtergrond een ‘tegenover’ hebben die in hun leven in kan spreken. Iemand die zijn/haar zwakheden kent en voorkomt dat die succes in de weg staan.
Er is een verschil tussen ambitie en missie. Ambitie is gehoor willen geven aan de stem van het innerlijk, missie is gehoor willen geven aan de stem van buiten, voor een gelovige betekent dat aan zijn/haar roeping. Wie leeft vanuit missie toetst zijn/haar motieven, doe ik dit vanuit eigen verlangen of vanuit waartoe ik geroepen ben.
Mensen stijgen boven zichzelf uit, niet door zelfhulp maar door moraal die ons de ander doet zien. (p. 64, 2e alinea) Moraal is ontzelfhulp.

Kantekeningen bij H2 (HvdZ)

  • met Sacks’ conclusies stem ik in - relativeren van zelfhulp, wijzen op moraal als ontzelfhulp - zijn onderbouwing vanuit (beperkt) aantal schrijvers overtuigt niet
  • p. 64, 2e regel ‘Maar als het … .’ moet vermoedelijk zijn ‘Want als het … .’

Ter bespreking

  • Zie je de ontwikkeling van nadruk op ontwikkelen eigenwaarde, ten koste van besef van roeping buiten het zelf, ook in Nederland terug? Of in de kerk? In ons eigen leven?

H3 Onsociale Media

Sinds de start van Facebook in 2004 hebben de sociale media in 20 jaar een enorme impact gekregen.
De positieve kant daarvan is dat familie en vrienden wereldwijd verbonden kunnen zijn op een manier die voorheen onmogelijk was.
Er is ook een keerzijde. De tijd doorgebracht achter een scherm(pje) gaat ten koste van de tijd die fysiek met vrienden wordt doorgebracht.3 Het vergelijken van zichzelf met de aangemaakte profielen op sociaal media sites leidt tot frustraties en psychische problemen. Daarnaast is er de angst voor FOMO (Fear of Missing Out), de angst om niet uitgenodigd te worden en dat dit bij iedereen bekend is. Vermoed wordt dat ook de aandachtspanne verminderd door het voortdurende informatiebombardement, hiervoor is alleen anecdotisch bewijs.4 Diverse onderzoeken rapporteren wel negatieve effecten van de digitalisering, social media en intensief gebruik van smartphones. Veelzeggend is ook dat juist een aantal personen die toonaangevend zijn in de ontwikkeling van digitale media, hun eigen kinderen beperkingen opleggen (p. 71-72).

Het mag lijken dat het niet uitmaakt op welke wijze informatie wordt uitgewisseld, digitaal of in persoonlijk contact, het verschil is echter significant. Non-verbale en alledaagse communicatie scheppen een wereld van relaties en vertrouwen, dat kan digitale communicatie niet. Ook in de zakelijke wereld en het onderwijs is dit van belang.

De verschuiving van ‘wij’ naar ‘ik’ wordt aangejaagd door sociale media. Ze plaatsen ‘ik’ in het centrum en de ander als toeschouwers daaromheen. Dit maakt ons denken meer ik-gericht en beinvloedt daarmee de moraal, waarin het immers juist gaat om de ander. Moraal heeft nodig dat wij ons in de ander kunnen verplaatsen en dat vraagt sociale omgang.
Zowel Buber (zie p.75) als Levinas (p. 76) wijzen op belang van werkelijke relaties om mens te zijn. Digitale communicatie is een mooie toevoeging, maar geen vervanging van ontmoeting van mens tot mens.

Vragen bij H3

  1. Sacks wijst op het gevaar van verdringing van intermenselijk persoonlijk contact door digitaal contact. Herkenbaar?
  2. Wat leren wij uit dit hoofdstuk voor de praktijk van het leven in een christelijke gemeenschap (kerk)?

H4 Het kwetsbare gezin

Sinds de sexuele revolutie van de jaren 1960 staat het huwelijk als verbond onder druk. Het huwelijk is echter wezenlijk als het gaat over moraal, het is bij uitstek binnen dit verbond dat twee individuen samengroeien naar een ‘wij’. Een gezin van een man en een vrouw met of zonder kinderen, waar liefde regeert, is de beste basis voor een samenleving. De desastreuse gevolgen van de revolutie uit de jaren 1960 laten zien wat de gevolgen zijn als dat ideaalbeeld losgelaten wordt en vervangen door allerlei mogelijke samenlevingsvormen: zie de cijfers m.b.t. agressie, criminaliteit, seksuele ontsporing etc.
Het is verrassend dat in een wereld die gedomineerd werd door het recht van de sterkste, niet polygamie maar monogamie het ideaalbeeld werd. In een monogame maatschappij hebben immers niet de machtigen het recht op meerdere vrouwen en dientengevolge de onderlaag de grootste kans om geen vrouw te vinden en zijn vrouwen niet gedoemd hun man met anderen te delen. Tegen de natuurlijke verwachting in is dit het westers model in de samenleving geworden en lange tijd geweest. Een model dat nu, door allerlei ontwikkelingen, onder druk staat. Aangezien het gezin waarin in liefde waarden worden overgedragen, het beste fundament is voor een maatschappij is het zaak dit gezin en de waarden waarvoor dit staat te verdedigen.

Enkele citaten

(p. 80, 1e alinea) Meer in zijn algemeenheid is het huwelijk wezenlijk voor moraal omdat het het ultieme voorbeeld is van de transformatie van twee ‘ikken’in een collectief ’wij’. Het is de bezegeling van een toewijding om zorg te dragen voor een Ander. Het is de formalisatie van liefde als een moreel verbond, en niet van liefde als een voorbijgaande passie.

(p. 81, 2e alinea) Het huwelijk is fundamenteel voor de maatschappij omdat het in de hele geschiedenis op unieke wijze iets heeft laten zien dat uitstijgt boven het ‘ik’ van eigenbelang, namelijk het ‘wij’ van algemeen welzijn, van coöperatieve relaties, gedeelde identiteit en collectieve verantwoordelijkheid.

(p. 84, 2e alinea; op p. 83 schrijft Sacks eerst dat de revolutie van de jaren 1960 een eind heeft gemaakt aan het ideaalbeeld van de Amerkiaanse droom, althans voor de onderlaag van de bevolking om dit vervolgens toe te lichten.) Het begint bij het verschil in huwelijkspatronen. De effecten van de seksuele revolutie in de jaren 1960 waren aan geen enkele groep voorbijgegaan, maar het succesvolle deel binnen iedere vergelijking herstelde zich vrij snel en daar werd het huwelijk als een sociale norm in ere hersteld. Dat was anders binnen de armere groep, waar zich een opzienbarende stijging aftekende van het aantal ongehuwd samenwonende partners, alleenstaanden, scheidingen en alleenstaande ouders. Er is overweldigend sociaalwetenschappelijk bewijs dat het kinderen goed doet om op te groeien bij twee ouders die een stabiel huwelijk hebben, dat echtscheiding schadelijk is voor kinderen en alleenstaand ouderschap nog schadelijker; of dit nu wordt gemeten in termen van agressie, criminaliteit, hyperactiviteit, misdaad, ziekte en letsel onder de jeugd, seksuele ontsporing in de volwassenheid, leerproblemen, buiten de boot vallen, emotioneel welzijn, onderwijsprestaties, carrièresucces of de vaardigheid om sterke, duurzame relaties aan te gaan, met name huwelijksrelaties.

(p. 90, 2e alinea) Seks is in elk geval losgekoppeld van liefde, liefde van toewijding, het huwelijk van kinderen krijgen, en kinderen krijgen van de verantwoordelijkheid voor hun verzorging.

Vragen bij H4

  1. Wat treft je het meest in dit hoofdstuk?
  2. Herken je wat op p. 84 wordt beschreven, dat in de bovenlaag van de bevolking het huwelijk als sociale norm is hersteld?