1.3 Advocaat voor de verdediging
In de Talmoed, Berachot 32a (zie i.h.b. bij 8 en 11), neemt rabbi Yannai, op basis van de naam Di-Zahab (‘genoeg goud’) in Deut.1:1, het op voor het Joodse volk inzake de afgoderij met het gouden kalf. Als verzachtende omstandigheid voert hij aan dat God Zelf heeft gezegd dat goud gevraagd moest worden van de Egyptenaren en hen daarmee in verleiding bracht. Mozes wordt door het noemen van deze naam van een verder onbekende plaats tot advocaat van het volk gemaakt die de overtredingen van het volk in een ander daglicht stelt en ze begrijpelijk maakt.
Maimonides doet hetzelfde in zijn brief over het martelaarschap als hij het opneemt voor Joden die gedwongen werden zich te bekeren en in het geheim christen bleven.
In de chassidische beweging1 komt dit eveneens sterk naar voren2. In het spoor van de profeten van Israel namen de wijzen van Israel, die in de Joodse traditie beschouwd worden als de opvolgers van de profeten, door de eeuwen heen het op voor het volk.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Citaat (p.45). Het ontbreekt ons niet aan critici, zowel van binnen als van buiten. Wat we als tegenwicht nodig hebben is de stem van degenen die melamed zechoet zijn, die niet alleen oog hebben voor onze fouten, maar ook voor onze deugden, die de prijs kennen die we hebben betaald voor het volgen van Gods vuurkolom door de woestijn van tijd en ruimte, trouw aan zijn oproep, loyaal aan zijn woord. Wat heeft deze ‘cri de coeur’ van Sacks ons te zeggen?
Chassidism: (a) The movement within Judaism founded by Rabbi Israel Baal Shem Tov (1698-1760), stressing service of G-d through the mystical in addition to the legalistic dimension of Judaism, the power of joy, love of G-d and one’s fellow, emotional involvement in prayer, finding G-dliness in every aspect of one’s existence, and the elevation of the material universe; (b) the teachings and philosophy of this movement; see also Chabad bron: https://www.chabad.org/.↩︎
Sacks geeft dit chasisdische verhaal weer om dit te ilustreren: Het is een gedachte die weer opkomt in de tijd van de chassidische beweging, vooral in de vele verhalen die worden toegeschreven aan rabbi Levi Jitschak van Berditsjev (1740-1809). Volgens een van die wellicht apocriefe verhalen zag Levi Jitschak op sabbat een jood een sigaret op straat roken. ‘Vriend’, zei hij, ‘je bent ongetwijfeld vergeten dat het vandaag sabbat is.’ ‘Nee, ik weet wat voor dag het is’, antwoordde de ander. ‘Dan ben je ongetwijfeld vergeten dat roken verboden is op sabbat.’ Nee, ik weet dat het verboden is’. ‘Dan was je ongetwijfeld ergens anders met je gedachten toen je je sigaret opstak’ ‘Nee, antwoordde de ander, ’ik wist wat ik deed’ Daarop richtte Jitschak zijn blik naar de hemel en zei: ‘Heerser van het heelal, wie is als Uw volk Israël? Ik geef deze man alle gelegenheid en nog kan hij niet liegen!’↩︎