BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
DEU | 10 | 17 | כִּי יְהוָה אֱלֹֽהֵיכֶם הוּא אֱלֹהֵי הָֽאֱלֹהִים וַאֲדֹנֵי הָאֲדֹנִ֑ים הָאֵל הַגָּדֹל הַגִּבֹּר וְהַנּוֹרָא אֲשֶׁר לֹא יִשָּׂא פָנִים וְלֹא יִקַּח שֹֽׁחַד׃ | Want de Heere, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt; |
DEU | 10 | 18 | עֹשֶׂה מִשְׁפַּט יָתוֹם וְאַלְמָנָ֑ה וְאֹהֵב גֵּר לָתֶת לוֹ לֶחֶם וְשִׂמְלָֽה׃ | Die het recht van den wees en van de weduwe doet; en den vreemdeling liefheeft, dat Hij hem brood en kleding geve. |
3.5 Grootheid en nederigheid
Een passage uit Talmoedtractaat Megilla (p.31a), bron: sefaria.org (of zie het boek p.107)
It is written in the Torah: “For the Lord your God is the God of gods and the Lord of lords” (Deuteronomy 10:17), and it is written immediately afterward: “He executes the judgment of the fatherless and widow” (Deuteronomy 10:18), displaying his humility in caring for even the weakest parts of society. It is repeated in the Prophets: “For thus says the High and Lofty One that inhabits eternity, Whose name is sacred” (Isaiah 57:15), and it is written immediately afterward: “In the high and holy place I dwell with him that is of a contrite and humble spirit, to revive the spirit of the humble, and to revive the heart of the contrite ones” (Isaiah 57:15). It is stated a third time in the Writings, as it is written: “Extol Him Who rides upon the clouds, Whose name is the Lord” (Psalms 68:5), and it is written immediately afterward: “A father of the fatherless, and a judge of widows” (Psalms 68:6).
Het hoofdstuk geeft diverse voorbeelden van mensen in aanzien met bijzondere aandacht voor degenen die hen dienden of die zich aan de zelfkant van de samenleving bevinden. In hen wordt zichtbaar wat de uitwerking van God, die de Almachtige is en tevens de Ontfermer over wie niet in tel zijn en/of niets hebben.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Ken jij voorbeelen van mensen die, tegen wat verwacht zou worden in, omzien naar degenen die niet in tel lijken te zijn?
- Is er een tekst of passage in Parashe Ekev die je in het bijzonder aanspreekt?