3.3 Een natie van leraren
Deut.11:19-21
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
DEU | 11 | 19 | וְלִמַּדְתֶּם אֹתָם אֶת בְּנֵיכֶם לְדַבֵּר בָּ֑ם בְּשִׁבְתְּךָ בְּבֵיתֶךָ וּבְלֶכְתְּךָ בַדֶּרֶךְ וּֽבְשָׁכְבְּךָ וּבְקוּמֶֽךָ׃ | En leert die uw kinderen, sprekende daarvan, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat; |
DEU | 11 | 20 | וּכְתַבְתָּם עַל מְזוּזוֹת בֵּיתֶךָ וּבִשְׁעָרֶֽיךָ׃ | En schrijft ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten; |
DEU | 11 | 21 | לְמַעַן יִרְבּוּ יְמֵיכֶם וִימֵי בְנֵיכֶם עַל הָֽאֲדָמָה אֲשֶׁר נִשְׁבַּע יְהוָה לַאֲבֹתֵיכֶם לָתֵת לָהֶ֑ם כִּימֵי הַשָּׁמַיִם עַל הָאָֽרֶץ׃ס | Opdat uw dagen, en de dagen uwer kinderen, in het land, dat de Heere uw vaderen gezworen heeft hun te geven, vermenigvuldigen, gelijk de dagen des hemels op de aarde. |
Gods bedoeling met Zijn volk is een natie waaraan de volken kunnen zien wie hun God is en hoe Hij een samenleving heeft bedoeld. Zo’n volk worden kost generaties. En daarvoor is onderwijs onontbeerlijk. Het Jodendom ziet het onderwijs als haar belangrijkste opdracht. Dat onderwijs begint in het gezin, maar ook in de scholen. De kracht van het Joodse volk ligt in haar leraren. Dit maakt dat een volk zonder eigen land, zonder eigen regering, kan blijven bestaan door alle eeuwen heen. En dit begon al bij Abraham die de opdracht kreeg:
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 18 | 19 | כִּי יְדַעְתִּיו לְמַעַן אֲשֶׁר יְצַוֶּה אֶת בָּנָיו וְאֶת בֵּיתוֹ אַחֲרָיו וְשָֽׁמְרוּ דֶּרֶךְ יְהוָה לַעֲשׂוֹת צְדָקָה וּמִשְׁפָּ֑ט לְמַעַן הָבִיא יְהוָה עַל אַבְרָהָם אֵת אֲשֶׁר דִּבֶּר עָלָֽיו׃ | Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des Heeren houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de Heere over Abraham brenge hetgeen Hij over hem gesproken heeft. |
Onderwijs als fundement om het vergezicht waarheen wij op weg zijn door te geven aan de volgende generatie opdat die generatie de volgende stap naar dat doel kan zetten.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Als Jezus zegt dat Hij gekomen is om te onderwijzen (o.a. Mrk.1:38) kunnen wij dan zeggen dat hij in de traditie staat die Sacks beschrijft?
- Voor Sacks is het belang van onderwijs niet te overschatten? Is hij niet te optimistish over wat met onderwijs te bereiken is? Is dit een punt waarop de christelijke levensbeschouwing botst met het optimisme van Sacks? Of kunnen wij op dit punt juist wat van hem lern.