BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
JER | 28 | 6 | וַיֹּאמֶר יִרְמְיָה הַנָּבִיא אָמֵן כֵּן יַעֲשֶׂה יְהוָ֑ה יָקֵם יְהוָה אֶת דְּבָרֶיךָ אֲשֶׁר נִבֵּאתָ לְהָשִׁיב כְּלֵי בֵית יְהוָה וְכָל הַגּוֹלָה מִבָּבֶל אֶל הַמָּקוֹם הַזֶּֽה׃ | En de profeet Jeremia zeide: Amen, de Heere doe alzo! de Heere bevestige uw woorden, die gij geprofeteerd hebt, dat Hij de vaten van des Heeren huis, en allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, van Babel wederbrenge tot deze plaats! |
JER | 28 | 7 | אַךְ שְׁמַֽע נָא הַדָּבָר הַזֶּה אֲשֶׁר אָנֹכִי דֹּבֵר בְּאָזְנֶ֑יךָ וּבְאָזְנֵי כָּל הָעָֽם׃ | Maar hoor nu dit woord, dat ik spreek voor uw oren, en voor de oren des gansen volks: |
JER | 28 | 8 | הַנְּבִיאִים אֲשֶׁר הָיוּ לְפָנַי וּלְפָנֶיךָ מִן הָֽעוֹלָ֑ם וַיִּנָּבְאוּ אֶל אֲרָצוֹת רַבּוֹת וְעַל מַמְלָכוֹת גְּדֹלוֹת לְמִלְחָמָה וּלְרָעָה וּלְדָֽבֶר׃ | De profeten, die voor mij en voor u van ouds geweest zijn, die hebben tegen veel landen en tegen grote koninkrijken geprofeteerd, van krijg, en van kwaad, en van pestilentie. |
JER | 28 | 9 | הַנָּבִיא אֲשֶׁר יִנָּבֵא לְשָׁל֑וֹם בְּבֹא דְּבַר הַנָּבִיא יִוָּדַע הַנָּבִיא אֲשֶׁר שְׁלָחוֹ יְהוָה בֶּאֱמֶֽת׃ | De profeet, die geprofeteerd zal hebben van vrede, als het woord van dien profeet komt, dan zal die profeet bekend worden, dat hem de Heere in der waarheid gezonden heeft. |
5.2 Ware en valse profeten
Het risico van een charismatisch profeet is dat het een bedrieger is die om wat voor reden dan ook het volk doet afdwalen van God. Om een vals van een echt profeet te onderscheiden wordt als test voorgescheven om te toetsen of het woord van de profeet, indien het de toekomst betreft, uitkomt of niet. Dat roept de vraag op hoe het dan zit met Jona, die profeteerde over de ondergang van Ninevé, een profetie die niet uitkwam.
Jona’s ergernis over het niet uitkomen van de profetie kan twee oorzaken hebben, (1) hij wilde niet dat de vijanden van Israel gespaard bleven (vgl. Jona 4:2), (2) hij wilde niet als een vals profeet te boek staan.
Vanuit Jeremia 28:6-9 komt een andere verklaring naar voren.
Hier staat zoveel als dat een profetie met een gunstige boodschap wel uit moet komen, want die trekt God niet in. Een profetie met een ongunstige boodschap kan God in Zijn genade wel intrekken. Een profeet kan daarom alleen op een profetie met positieve inhoud beoordeeld worden.
Een profetisch woord is geen toekomstvoorspelling van een toekomst die vastligt. Als een profeet een ramp voorzegt, is dat om deze af te wenden.
Opmerking
Het valt op dat in het citaat Deut.18:15 (p.147) het woord profeet vertaald wordt als een meervoud. Vermoedelijk omdat de vertalers de NBV21 als standaardtekst gebruiken. Alle andere veel gebruikte vertalingen volgen het Hebreeuws en vertalen het woord als een enkelvoud.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Heeft dit hoofdstuk je visie op de betekenis van profetie, ook van profetische woorden zoals die soms in de gemeente worden uitgesproken, veranderd?
- Sacks sluit het hoofdstuk af met deze conclusie:
De echte test van een profetie is niet slecht nieuws, maar goed nieuws. Onheil, ellende en rampspoed bewijzen niets. Iedereen kan deze dingen voorspellen zon- der zijn reputatie of gezag op het spel te zetten. Alleen bij het uitkomen van een positief visioen wordt een profetie op de proef gesteld. Zo ging het met de profeten van Israël. Het waren realisten, geen optimisten. Ze waarschuwden voor de gevaren die in het verschiet lagen. Maar voorbij de rampspoed konden ze ook de troost zien. Een ware profeet brengt een boodschap van hoop.
Hoe verhoudt dit zich tot wat staat in Jeremia 18:7-10
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
JER | 18 | 7 | רֶגַע אֲדַבֵּר עַל גּוֹי וְעַל מַמְלָכָ֑ה לִנְתוֹשׁ וְלִנְתוֹץ וּֽלְהַאֲבִֽיד׃ | In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen; |
JER | 18 | 8 | וְשָׁב הַגּוֹי הַהוּא מֵרָעָתוֹ אֲשֶׁר דִּבַּרְתִּי עָלָ֑יו וְנִֽחַמְתִּי עַל הָרָעָה אֲשֶׁר חָשַׁבְתִּי לַעֲשׂוֹת לֽוֹ׃ס | Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen. |
JER | 18 | 9 | וְרֶגַע אֲדַבֵּר עַל גּוֹי וְעַל מַמְלָכָ֑ה לִבְנֹת וְלִנְטֹֽעַ׃ | Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten; |
JER | 18 | 10 | וְעָשָׂה הָרָעָה בְּעֵינַי לְבִלְתִּי שְׁמֹעַ בְּקוֹלִ֑י וְנִֽחַמְתִּי עַל הַטּוֹבָה אֲשֶׁר אָמַרְתִּי לְהֵיטִיב אוֹתֽוֹ׃ס | Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen. |