4.1 De politiek van de vrijheid

BOEK

HFD

VS

WLC

SV

DEU

11

26

רְאֵה אָנֹכִי נֹתֵן לִפְנֵיכֶם הַיּ֑וֹם בְּרָכָה וּקְלָלָֽה׃

Ziet, ik stel ulieden heden voor, zegen en vloek:

DEU

11

27

אֶֽת הַבְּרָכָ֑ה אֲשֶׁר תִּשְׁמְעוּ אֶל מִצְוֺת יְהוָה אֱלֹֽהֵיכֶם אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם הַיּֽוֹם׃

Den zegen, wanneer gij horen zult naar de geboden des Heeren, uws Gods, die ik u heden gebiede;

DEU

11

28

וְהַקְּלָלָה אִם לֹא תִשְׁמְעוּ אֶל מִצְוֺת יְהוָה אֱלֹֽהֵיכֶם וְסַרְתֶּם מִן הַדֶּרֶךְ אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֶּה אֶתְכֶם הַיּ֑וֹם לָלֶכֶת אַחֲרֵי אֱלֹהִים אֲחֵרִים אֲשֶׁר לֹֽא יְדַעְתֶּֽם׃ס

Maar den vloek, zo gij niet horen zult naar de geboden des Heeren, uws Gods, en afwijkt van den weg, dien ik u heden gebiede, om andere goden na te wandelen, die gij niet gekend hebt.

Mozes stelt het volk voor een keuze. De keuze tussen zegen en vloek. met aan het slot van zijn toespraken de gepassioneerde oproep Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw nakomleingen (30:19).

Hiermee toont Mozes dat de mens over een vrije wil beschikt (Maimonides in Mishneh Tora) en doet hij een politieke uitspraak. Deuteronomium spiegelt een vrije samenleving voor, van mensen die vrijheid kennen om de keuzes te maken vanuit hun vrije wil.
De oproep die in Mozes’ woorden klinkt is die van een vrije samenleving, niet beheerst door een elite van machthebbers of door één absolute machthebber. Een vrije samenleving onder de weteen die God gegeven heeft. Geen theocratie in de betekenis die dat woord in de geschiedenis gekregen heeft, maar een nomocratie, een volk onder de wet van individuen die zich uit vrije wil aan die wet onderwerpen.
Mozes stelt dit niet voor als een onbereikbaar ideaal, of door eigen kracht te verwezenlijken ideaal, maar als een door naar Gods geboden te leven en de samenleving in te richten, onder Zijn zegen te verwezenlijken ideaal.
Dit ideaal was ongekend in de tijd van Mozes waar volken onderworpen waren aan machthebbers en/of overgeleverd aan de grillen van de afgoden en waar de machtige volken het voor het zeggen hadden. Deuteronomium schets het beeld van een vrije samenleving waarin niet hiërarchische structuren bepalend zijn, maar ieder mens medeverantwoordelijk is voor het welzijn van allen.

Ter bespreking

  1. Vragen/opmerkingen?
  2. Sacks schrijft dat Mozes’ oproep om te kiezen tussen zegen en vloek laat zien dat de mens een vrije wil heeft. De protestantse (i.h.b. de gereformeerde) theologie verwerpt dit idee. Maar als de mens geen vrije wil heeft, wat moeten we dan met zo’n oproep van Mozes? Of met de oproep van de Here Jezus: ‘bekeert u’?
  3. Is een vrije samenleving zoals Scaks die in dit hoofdstuk voorstelt realistisch of utopisch?