BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
DEU | 7 | 7 | לֹא מֵֽרֻבְּכֶם מִכָּל הָֽעַמִּים חָשַׁק יְהוָה בָּכֶם וַיִּבְחַר בָּכֶ֑ם כִּֽי אַתֶּם הַמְעַט מִכָּל הָעַמִּֽים׃ | De Heere heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. |
2.5 Waarom is het Joodse volk zo klein?
Een opvallende uitspraak in bovenstaand bijbelvers die in tegenspraak lijkt met veel andere teksten waar gesproken wordt over een groot volk (in aantal) (zie p.80 voor diverse voorbeelden uit Tora en Profeten). Joodse exegeten hebben verschillende verklaringen voor deze schijnbare tegenstelling:
- het ‘kleinste’ dat is het ‘eenvoudigse en nederigste’ (Targum Jonathan; Rashi in dezelfde lijn[^1])
- het ‘kleinste’ in vergelijking met de zeven naties in Kanaän (Rashbam)
- hoewel verwacht mocht worden dat de Almachtige een groot volk zou uitkiezen deed Hij dat niet, reden voor Israel zich gezegend te weten (Maimonides)
- de tekst lezen als aanvoegende wijs, ‘al zou je het kleinste volk zijn geweest, God zou je hebben uitgekozen’ (Rabenoe Bachja)1
- Gods keuze was gegrond op liefde, niet op Zijn eer (Sforno)
Nu is het een feit dat in de geschiedenis het Joodse volk in aantal klein is, momenteel minder dan 0.2% van de wereldbevolking. Dit kleine aantal wordt onder andere veroorzaakt door vervolgingen en antisemitisme de eeuwen door. Daarnaast groeit het aantal niet door bekeringsactiviteiten, omdat dit het Jodendom vreemd is. Alleen in de Romeinse tijd, toen ca. 10% van de wereldbevolking Joods was, namen velen Joodse praktijken over, maar bekering was vaak een stap te ver: besnijdenis en de geboden vormden een belemmering. Het Jodendom koos er niet voor zich aan te passen om meer bekeerlingen te trekken. In de hellenistische wereld bekeerden degenen die sympathiseerden met het Jodendom zich meestal liever tot het Paulinische Christendom (p.82).
een ander licht valt op de tekst in Deu.t:7 vanuit de geschiedenis van Gideon. God kiest ervoor door een gering aantal, grote dingen tot stand te brengen. Dat heeft Hij ook met Israel gedaan, de prestarties van dit volk op elk gebeid getuigen van de God die dit volk uitverkozen heeft. Israel tart de wetten van de geschiedenis, omdat het de Auteur van de geschiedenis dient. Verbonden met grootheid wordt eht zelf groot (p.83).
Voor de volken is dit een les: een volk hoeft niet talrijk te zijn om grote dingen tot stand te kunnen brengen.
Citaat (p.83-84). Bij het verbreden van de spirituele en morele horizon van de mensheid doen aantallen er niet toe. Daar zijn compleet andere dingen voor nodig: besef van de waarde en waardigheid van het individu, van het vermogen van de mens om de wereld te veranderen, van het belang om iedereen de best mogelijke opleiding te geven en om iedereen het gevoel te geven dat ze deel uitmaken van een collectieve verantwoordelijkheid om de toestand van de mens te verbeteren. Het jodendom vraagt van wanue Dereidheid om hoge idealen te oesteren en diallechte wereld waar te maken, zonder ons door teleurstellingen en mislukkingen uit het veld te laten slaan.
Dit is nog steeds te zien, vooral bij het volk Israël in de staat Israël. Belasterd in de media en door bijna de hele wereld aan de schandpaal genageld blijft Israël menselijke wonderen voortbrengen op het gebied van de geneeskunde, landbouw, technologie en in de kunst, alsof het woord ‘onmogelijk’ niet bestaat in de Hebreeuwse taal. Israël blijft een kleine natie die, net als in de tijd van de Bijbel, wordt omringd door ‘volken die talrijker en machtiger zijn dan ư’ (Deuteronomium 7:1). Toch is wat Mozes al zei nog steeds van toepassing: ‘Het is niet omdat u talrijker was dan de andere volken dat Hij u lief kreeg en uitkoos - u was het kleinste van alle volken!’ Dit kleine volk heeft alle machtige wereldrijken overleefd om de mensheid een boodschap van hoop te brengen: je hoeft niet talrijk te zijn om groot te zijn. Je moet alleen openstaan voor een macht die groter is dan jezelf. Koning Lodewijk XIV zou de geniale wiskundige en theoloog Blaise Pascal eens gevraagd hebben hem te bewijzen dat God bestaat. Pascal zou hebben geantwoord: ‘De joden, Majesteit!’
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Hoe verklaar jij de schijnbare tegenstelling tussen Deut.7:7 waar staat dat Israel een klein volk is en de vele teksten die iets anders zeggen? En welke van de genoemde verklaringen spreekt je aan?
- Sacks geeft aan dat in de Romeinse tijd uiteindelijk maar weinig mensen Joods werden. Stelling: ‘In de Romeinse tijd werden veel mensen volgeling van Jezus van Nazareth en werden zo toegevoegd aan Gods volk. Een ongedachte vevulling van de belofte dat het volk Israel tot een groot volk zou worden.’ Eens of oneens?
[^1] Rashi op Deut.7:7 (bron:chabad.org Not because you were [more] numerous. [This is to be understood] according to its simple meaning. But its midrashic explanation [understanding וְלֹא מֵרֻבְּכֶם as “not because you are great”] is: Because you do not boast about yourselves when I shower good upon you. This is why I delighted in you [says God].
For you are the least [of all the peoples]. You humble yourselves as, e.g., Abraham, who said, “For I am dust and ashes” (Gen. 18:27), and Moses and Aaron, who said, “but of what [significance] are we?” (Exod. 16:7) Unlike Nebuchadnezzar, who said, “I will liken myself to the Most High,” (Isa. 14:14), and Sennacherib, who said, (Isa. 36:20), “Who are they among all the gods of the lands [who saved their land from my hand]?” and Hiram, who said,“I am a god, I have sat in a seat of God” (Ezek. 28:2). (Chul. 89a)
for you are the least. Heb. כִּי-אַתֶּם הַמְעַט Here כִּי is an expression of“because.”
gedeelte uit Bachja op Deut.7:7; voor hele uitleg gebruik de link naar de bron: Sefaria
I believe that the correct way to interpret the words: “not on account of your being the most numerous,” refers to the reason G’d took us out of Egypt to make us His nation. The verse provides evidence that we were indeed the most numerous people at the time but this did not provide G’d with the motivation to take us out of there. Rather, He was motivated by feelings of a strong fondness so that even if we had been the least numerous nation He would still have taken us out of there. G’d loved us and wanted to keep His oath to the patriarchs.
The reason G’d felt compelled to state all this now in the fortieth year after the Exodus is that now Moses had referred to how numerous the people had become, i.e. “like the stars in the sky” (1,10). If so, and especially seeing that the numbers of the people had not changed since the Exodus, how could G’d say that He had taken us out because we actually were the least numerous, i.e. כי אתם המעט מכל העמים?↩︎