2.2 De politiek van verantwoordelijkheid

‘Verbond’ is een ander kernwoord in Deuteronomium. Verbonden waren op zich gangbaar in de tijd van Mozes, maar het verbond bij de Sinaï is uniek.
Was het verbond met Noach een eenzijdig verbond, werd Abraham gevraagd in te stemmen met het verbond door de besnijdenis, bij het Sinaï-verbond werd eerst instemming van het volk gevraagd, zelfs voordat de Here God zijn geboden gaf (zie Ex.19:8). De geregeerden moesten ermee instemmen op deze wijze geregeerd te worden. In Deuteronomium gaat het nog een stap verder, het is Mozes die het initiatief neemt het verbond te vernieuwen, het volk neemt, volwassen geworden, de verantwoordelijkheid op zich naar het verbond te leven.
Kenmerken van verbondspolitiek (zie p.63-64):

De Tenach is een voor autoritaire systemen ondermijnend boek. De machthebbers in Europa hadden er dan ook bepaald geen belang bij dat de Tenach vertaald zou worden en door iedereen kon worden gelezen. Dat heeft niet tegen kunnen houden dat, na de uitvinding van de boekdrukkunst, de bijbel niet alleen vertaald werd, maar ook beschikbaar kwam voor wie lezen kon. Denkers uit de 16e en 17e eeuw die de Tenach bestudeerden, vertaalden de ideeën naar de politiek en een politiek systeem gebaseerd op verbondspolitiek (wat o.a. argwaan betekende tegen een monarchistische staatsinrichting). Zowel in Engeland als in Amerika leidde dit tot een wetssysteem voor een vrije samenleving. In de taal van de grondleggers van de VS is het verbondsdenken uit Deuteronomium terug te vinden (zie de voorbeelden op 66-67).
Risico’s van deze manier van denken zijn:

Zo leiden de woorden van de Tenach tot wijsheid en inzicht bij de naties, zoals Mozes zei (Deut.4:6-8). Het verbond is het krachtigste pad naar duurzame vrijheid dat tot dusver is ontdekt. Maar het verbond stelt ons ook voor een uitdaging … . (p.68).

Tabel 1
Aantal keer dat woord verbond voorkomt

GEN

EXO

LEV

NUM

DEU

27

13

10

5

27

Ter bespreking

  1. Vragen/opmerkingen?
  2. Hoe kijk je aan tegen een in het verleden in reformatorisch kringen gebezigde uitdrukking ‘God, Nederland en Oranje’? Hiermee wordt verwezen naar de ontstaansgeschiedenis van Nederland door de strijd die Willem van Oranje voerde tegen de Spanjaarden, wat (ook) een strijd om godsdienstvrijheid was.
  3. Is in de maatschappij zoals die nu in Nedderland vormgegeven is, iets herkenbaar van wat in dit hoofdstuk beschreven wordt over maatschappijvormen (zie i.h.b. p.63, 3e alinea)?