BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
DEU | 17 | 14 | כִּֽי תָבֹא אֶל הָאָרֶץ אֲשֶׁר יְהוָה אֱלֹהֶיךָ נֹתֵן לָךְ וִֽירִשְׁתָּהּ וְיָשַׁבְתָּה בָּ֑הּ וְאָמַרְתָּ אָשִׂימָה עָלַי מֶלֶךְ כְּכָל הַגּוֹיִם אֲשֶׁר סְבִיבֹתָֽי׃ | Wanneer gij zult gekomen zijn in het land, dat u de Heere, uw God, geeft, en gij dat erfelijk zult bezitten en daarin wonen, en gij zeggen zult: Ik zal een koning over mij stellen, als al de volken, die rondom mij zijn; |
DEU | 17 | 15 | שׂוֹם תָּשִׂים עָלֶיךָ מֶלֶךְ אֲשֶׁר יִבְחַר יְהוָה אֱלֹהֶיךָ בּ֑וֹ מִקֶּרֶב אַחֶיךָ תָּשִׂים עָלֶיךָ מֶלֶךְ לֹא תוּכַל לָתֵת עָלֶיךָ אִישׁ נָכְרִי אֲשֶׁר לֹֽא אָחִיךָ הֽוּא׃ | Zo zult gij ganselijk tot koning over u stellen, dien de Heere, uw God, verkiezen zal; uit het midden uwer broederen zult gij een koning over u stellen; gij zult niet vermogen over u te zetten een vreemden man, die uw broeder niet zij. |
5.3 Het koningschap: een ambivalent instituut
Bovenstaande tekst roept direct vragen op. Een heilig, dat is apart gezet, volk vraagt om te net als andere volken een koning aan te stellen en dat wordt gereguleerd. Het tekent de ambivalentie in de bijbel ten opzichte van het koningschap. Het eerste is dat een koning wordt aangesteld als het volk erom vraagt; priesters en profeten zullen er zijn, omdat God ze aanstelt of het volk er nu om vraagt of niet. De ambivalentie wordt nog duidelijker als het volk Samuël om een koning vraagt en Samuël daar moeite mee heeft. God zegt God dat Samuël wel moet doen wat het volk vraagt, want zij hebben Hem verworpen als Koning en niet Samuël (1 Samuël 8:7). Enerzijds goedkeuring om een koning aan te stellen, anderzijds klinkt afkeuring over het verlangen door.
De koning die wordt aangesteld en ook zijn opvolgers zijn meestal geen onverdeeld succes bezien vanuit de eisen die de Tora aan een eventuele koning stelt.
Joodse wijzen verschillen over de aard van het gebod om een koning aan te stellen, is het een verplichting (Maimonides) of is het slechts toegestaan (Ibn Ezra) of alleen een tegemoetkoming aan wat mensen willen (Abrabanel).
Het ideaal van een volk zonder koning blijkt ook niet te werken, zie het boek Richteren dat eindigt met in die tijd was er geen koning in Israël, ieder deed wat goed was in eigen ogen.
In de toekomende wereld zal de Messias Koning zijn, tot die tijd moeten wij ons behelpen met aanstellen van onvolmaakte leiders die de samenleving regeren en de manier waarop dat het beste kan, is neit eenduidig vastgelegd en situatie afhankelijk. Er gelden morele grenzen voor politieke machthebbers, het is de rol van de profeet hen bij de les te houden. Een goede samenleving is er een waarin mensen het verschil begrijpen tussen de tijdgebonden eisen van de politiek en de tijdloze waarheden van het geloof. In de voor-messiaanse tijd zijn politiek en religie twee verschillende zaken, en ze werken het best als ze gescheiden blijven (p.155).
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Is de kerk geroepen profetisch te spreken om de machthebbers bij de les te houden? Zo nee, is het wel een opdracht te gaan stemmen (wat toch ook een menier is om de machthebbers bij de les te houden)? Zo ja, hoe zie je dat in de praktijk voor je (en voorkom je dat de kreet ‘profetisch spreken’ niet toegeëigend wordt door een specifieke politieke richting)?
- Heb je persoonlijk voorkeur voor een koninkrijk of een republiek? en zo ja op grond waarvan?