BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
DEU | 20 | 19 | כִּֽי תָצוּר אֶל עִיר יָמִים רַבִּים לְֽהִלָּחֵם עָלֶיהָ לְתָפְשָׂהּ לֹֽא תַשְׁחִית אֶת עֵצָהּ לִנְדֹּחַ עָלָיו גַּרְזֶן כִּי מִמֶּנּוּ תֹאכֵל וְאֹתוֹ לֹא תִכְרֹ֑ת כִּי הָֽאָדָם עֵץ הַשָּׂדֶה לָבֹא מִפָּנֶיךָ בַּמָּצֽוֹר׃ | Wanneer gij een stad vele dagen zult belegeren, strijdende tegen haar, om die in te nemen, zo zult gij haar geboomte niet verderven, de bijl daaraan drijvende; want gij zult daarvan eten; daarom zult gij dat niet afhouwen (want het geboomte van het veld is des mensen spijze), opdat het voor uw aangezicht kome tot een bolwerk. |
DEU | 20 | 20 | רַק עֵץ אֲשֶׁר תֵּדַע כִּֽי לֹא עֵץ מַאֲכָל הוּא אֹתוֹ תַשְׁחִית וְכָרָ֑תָּ וּבָנִיתָ מָצוֹר עַל הָעִיר אֲשֶׁר הִוא עֹשָׂה עִמְּךָ מִלְחָמָה עַד רִדְתָּֽהּ׃פ | Maar het geboomte, hetwelk gij kennen zult, dat het geen geboomte ter spijze is, dat zult gij verderven en afhouwen; en gij zult een bolwerk bouwen tegen deze stad, dewelke tegen u krijg voert, totdat zij ten onderga. |
5.5 Het milieugebod
Het gebod in deze tekst leert dat ook voor oorlog voeren er regels in acht genomen moeten worden. De wijzen van Israel hebben uit dit gebod veel andere bepalingen afgeleid die samengevat kunnen worden als het verbod op nodeloze vernietiging van wat dan ook.
Dat dit gebod een breder veld dan oorlogvoering bestrijkt, kan onderbouwd worden met diverse passages uit de Tenach.
Allereerst is daar het opvallende verschil tussen de opdracht de aarde te beheren zoals dat gegeven wordt in Gen.1 en in Gen.2.
BOEK | HFD | VS | WLC | SV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 1 | 28 | וַיְבָרֶךְ אֹתָם אֱלֹהִים֒ וַיֹּאמֶר לָהֶם אֱלֹהִים פְּרוּ וּרְבוּ וּמִלְאוּ אֶת הָאָרֶץ וְכִבְשֻׁ֑הָ וּרְדוּ בִּדְגַת הַיָּם וּבְעוֹף הַשָּׁמַיִם וּבְכָל חַיָּה הָֽרֹמֶשֶׂת עַל הָאָֽרֶץ׃ | En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! |
GEN | 2 | 15 | וַיִּקַּח יְהוָה אֱלֹהִים אֶת הָֽאָדָ֑ם וַיַּנִּחֵהוּ בְגַן עֵדֶן לְעָבְדָהּ וּלְשָׁמְרָֽהּ׃ | Zo nam de Heere God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren. |
Daar waar het in 1:28 gaat over ‘onderwerpen’van de aarde, gaat het in 2:14 over ’dienen’ (SV: bouwen) en ‘bewaren/bewaken’ ervan. Dit verschil is omdat H1 beschrijft hoe de situatie is, de mens is geplaatst als heerser over de schepping en H2 beschrijft welke verantwoordelijkheden dit met zich brengt. Heersen dient samen te gaan met moraliteit die ingegeven wordt door de wetenschap dat de mens niet de eigenaar is, maar de beheerder van andermans eigendom. De verboden vrucht illustreert daarbij het belang van het zich houden aan door God gestelde grenzen.
De menselijke geschiedenis staat vol met voorbeelden waartoe het veronachtzamen van de door God gestelde grenzen leidt (zie p.163 voor voorbeelden).
Deze verantwoordelijkheid voor het milieu is ook terug te zien in het sabbatsgebod, in de jaarlijkse feesttijden, in de instelling van het sabbatsjaar en jubeljaar. Economisch gewin kan niet de enige drijfveer zijn voor wie verantwoord met de schepping om wil gaan.
Ook geboden die het ingrijpen in de natuurlijke gang van zaken beperken - m.b.t. kruisen van vee, land gemengd bezaaien, kleding van wol vermengd met linnen - kunnen vanuit deze zorg voor de schepping worden bezien.
Dat de wijzen van Israel het verbod over het omhakken van vruchtbomen in oorlogstijd in een breder verband plaatsten is in het licht van bovenstaande begrijpelijk.
Citaat (p.165). Václav Havel deed een fundamentele uitspraak in The Art of the Impossible: ‘Ik denk dat we weinig kans maken een milieuramp af te wenden als we niet erkennen datt we niet over het Zijn heersen, maar er onderdeel van zijn. Daarom is een religieuze visie zo belangrijk: ze herinnert ons eraan dat we geen eigenaar zijn van onze hulpbronnen. Niet ons behoren ze toe, maar de Eeuwige en de eeuwigheid. Daarom mogen we ze niet nodeloos vernietigen. Als dat zelfs in tijden van oorlog geldt, hoeveel te meer in tijden van vrede. ’Van de HEER is de aarde en alles wat daar leeft’ (Psalm 24:1). Namens haar Schepper moeten wij haar beschermen ter wille van toekomstige generaties.
Ter bespreking
- Vragen/opmerkingen?
- Economische groei is een fundament van onze economie. Politici kun je horen zeggen dat dit een gemeenschappelijk doel moet zijn. Hoe kijk je daar tegenaan?
- Wat kunnen wij zelf doen om nodeloos verspillen te voorkomen?